Toelichting op de geconsolideerde balans

Alle bedragen zijn in miljoenen euro tenzij anders vermeld.

Materiële vaste activa

Grond en
bedrijfs-
gebouwen

Machines en
installaties

Netwerken gereguleerd

Overige
bedrijfs-
middelen

Activa in
aanbouw

Totaal

Aanschafwaarde

Per 1 januari 2016

114

3.621

7.566

163

209

11.673

Investeringen

-

31

180

2

85

298

Acquisities

-

40

-

-

4

44

Desinvesteringen

-19

-25

-26

-7

-1

-78

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-1

-56

-8

-

3

-62

Afstoten activa netwerkgroep

-13

-94

-7.662

-113

17

-7.865

Herclassificatie overig

3

237

-50

-

-206

-16

Translatieverschillen

-

-50

-

-3

-13

-66

Per 31 december 2016

84

3.704

-

42

98

3.928

Investeringen

-

24

-

1

117

142

Acquisities

2

91

-

2

64

159

Desinvesteringen

-

-75

-

-1

-

-76

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

-

-

-

-2

-2

Herclassificatie overig

-

79

-

-

-96

-17

Translatieverschillen

-

-13

-

-

-1

-14

Per 31 december 2017

86

3.810

-

44

180

4.120

Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen

Per 1 januari 2016

29

1.196

2.835

99

27

4.186

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

4

211

109

6

-

330

Desinvesteringen

-7

-22

-21

-7

-

-57

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-1

-37

-

-

-

-38

Afstoten activa netwerkgroep

-7

-17

-2.906

-72

-

-3.002

Herclassificatie overig

-

35

-17

-2

-

16

Translatieverschillen

-

-2

-

-

-4

-6

Per 31 december 2016

18

1.364

-

24

23

1.429

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

3

202

-

5

6

216

Acquisities

-

-

-

-

-

-

Desinvesteringen

-

-71

-

-

-

-71

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

-

-

-

-

-

Herclassificatie overig

-

11

-

-

-

11

Translatieverschillen

-

-2

-

-

-1

-3

Per 31 december 2017

21

1.504

-

29

28

1.582

Netto boekwaarde

Per 1 januari 2016

85

2.425

4.731

64

182

7.487

Per 31 december 2016

66

2.340

-

18

75

2.499

Per 31 december 2017

65

2.306

-

15

152

2.538

Geactiveerde rente

De in het boekjaar toerekenbare geactiveerde rente in de materiële vaste activa is nihil (2016: €7 mln.). In 2017 bedraagt het activeringspercentage voor interest 1,6% (2016 : 4,1%).

Activa in aanbouw

De activa in aanbouw betreft voornamelijk in aanbouw zijnde windparken, zowel op land als op zee, en reguliere investeringen in warmtenetten.

Netwerken gereguleerd

In 2016 zijn de gereguleerde netwerkactiviteiten afgestoten aan destijds Eneco Holding N.V. De categorie ‘Netwerken gereguleerd’, heeft betrekking op diverse soorten activa van Stedin in het gereguleerde domein zoals het elektriciteits- en gasnetwerk, gasaansluitingen en meters die nodig zijn voor het uitvoeren van distributie- en transportactiviteiten voor gas en elektriciteit. De gereguleerde netwerkactiviteiten zijn onderhevig aan regulering door de Energiekamer, een onderdeel van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De netwerken en netwerkgerelateerde activa van Stedin in het gereguleerde domein werden gewaardeerd tegen geherwaardeerde waarde. De geherwaardeerde waarde is de reële waarde op herwaarderingsdatum verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Periodiek werd het verschil tussen afschrijving op basis van de geherwaardeerde boekwaarde en de afschrijving op basis van de oorspronkelijke kostprijs, onder aftrek van uitgestelde belastingen, overgeboekt van de herwaarderingsreserve naar de reserve ingehouden resultaten.

Immateriële vaste activa

Goodwill

Klanten-
bestanden

Licenties en
software

Concessies,
vergunningen, merknamen en overige rechten

Ontwikkelings-
kosten

Totaal

Aanschafwaarde

Per 1 januari 2016

161

199

88

84

4

536

Investeringen

1

-

3

-

2

6

Desinvesteringen

-

-

-2

-1

-2

-5

Translatieverschillen

-2

-

-

-2

-

-4

Afstoten activa netwerkgroep

-

-

-13

-8

-

-21

Herclassificatie overig

-

-

7

-

-

7

Per 31 december 2016

160

199

83

73

4

519

Investeringen

-

-

8

-

6

14

Acquisities

347

310

20

55

-

732

Desinvesteringen

-

-

-1

-

-

-1

Translatieverschillen

-

-

-

-1

-

-1

Herclassificatie overig

-1

-

6

-

-

5

Per 31 december 2017

506

509

116

127

10

1.268

Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen

Per 1 januari 2016

-

123

71

26

1

221

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

-

20

7

4

1

32

Translatieverschillen

-

-

-

-1

-

-1

Afstoten activa netwerkgroep

-

-

-10

-2

-

-12

Desinvesteringen

-

-

-2

-

-1

-3

Per 31 december 2016

-

143

66

27

1

237

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

-

39

10

6

1

56

Translatieverschillen

-

-

-

-

-

-

Desinvesteringen

-

-

-1

-

-

-1

Herclassificatie overig

-

-

-

-

-

-

Per 31 december 2017

-

182

75

33

2

292

Netto boekwaarde

Per 1 januari 2016

161

76

17

58

3

315

Per 31 december 2016

160

56

17

46

3

282

Per 31 december 2017

506

327

41

94

8

976

Goodwill

In 2017 is de structuur voor de kasstroomgenererende eenheden (KGE’s) gewijzigd. Als gevolg daarvan is ook het toerekenen van goodwill aan één of meer (groepen van) KGE’s aangepast. Voor zover van toepassing is deze herallocatie uitgevoerd op basis van de ‘relatieve waarde methode’ volgens IAS 36 ‘Impairment of Assets’. De goodwill per 31 december 2017 bedraagt € 506 mln. (31 december 2016: € 160 mln.). Dit betreft met name de goodwill die betrekking heeft op de groep van KGE’s in Nederland voor € 122 mln., de KGE België voor € 208 mln. (incl. de nieuw verkregen goodwill ad € 186 mln. door de acquisitie van Eni Gas & Power N.V. – ‘Eni’) en € 159 mln. goodwill die betrekking heeft op de KGE Duitsland (als gevolg van de acquisitie van LichtBlick Holding A.G. – ‘LichtBlick’).

Voor de goodwill heeft een impairmentanalyse plaatsgevonden waaruit is gebleken dat de realiseerbare waarde per (groep van) KGE(’s) (bedrijfswaarde) hoger is dan de boekwaarde. Voor het bepalen van deze bedrijfswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: de bedrijfswaarde van de KGE's is gebaseerd op de verwachte toekomstige kasstromen voor vijf jaren zoals opgenomen in de meerjarenplanning van de Groep, die mede tot stand is gekomen door ervaringscijfers. Vervolgens zijn deze kasstromen geëxtrapoleerd rekening houdend met de verwachte economische levensduur van de (im)materiële vaste activa die onderdeel uitmaken van deze KGE’s en die doorgaans langer is dan deze vijfjaarsperiode, waarbij een langetermijngroei van 1,0% is gehanteerd. De disconteringsvoeten voor belastingen bedragen 6% - 8% en sluiten aan op de risico’s van de activiteiten van de betreffende KGE’s (in 2016 voor alle KGE’s: 6% - 7%). Deze disconteringsvoeten zijn gebaseerd op de methode ‘weighted-average cost of capital’ (‘WACC’) waarbij de gehanteerde parameters zijn afgeleid uit de gegevens van een peer group en marktgegevens. De berekening van de bedrijfswaarde van deze activa is gevoelig voor onder meer de volgende veronderstellingen: de disconteringsvoet, het gehanteerde groeicijfer voor het extrapoleren van kasstromen voorbij de meerjarenplanning van vijf jaar en de gemiddelde levensduur van de activa. Daarbij is de disconteringsvoet de meest gevoelige factor: bij een stijging met 0,5%- punt daalt de berekende bedrijfswaarde voor het totaal van de KGE's met circa € 0,2 mld, waarbij er voor elke (groep van) KGE('s) nog geen sprake zou zijn van een impairment.

Klantenbestanden

De post klantenbestanden betreft de klantenbestanden van REMU N.V. (in 2003 overgenomen), Oxxio (in 2011 overgenomen), Dong Energy Sales (in 2014 opgenomen) en in 2017 de aangekochte klantenbestanden van LichtBlick en Eni.

Concessies, vergunningen, merknamen en overige rechten

De post concessies, vergunningen, merknamen en overige rechten bestaat voornamelijk uit de geactiveerde merknaam voor LichtBlick en vergunningen die zijn verleend voor bestaande windparken in België en het Verenigd Koninkrijk.

Bedrijfscombinaties

In 2017 hebben zeven acquisities plaatsgevonden. Dit betreffen het energiebedrijf LichtBlick Holding AG, energiebedrijf en windactiviteiten van Eni Gas & Power N.V., de windactiviteiten van De Wolff Verenigde Bedrijven B.V. en vier kleine zonneparken. Laatstgenoemde vier bedrijven zijn, gezien hun materialiteit, hieronder inhoudelijk niet verder toegelicht; het totaal van hun openingsbalanscijfers is vermeld in de alinea ‘Overige acquisities’.

Acquisitie LichtBlick

Per 28 februari 2017 heeft de Groep de aankoop van een 50%-deelneming in LichtBlick Holding AG (‘LichtBlick’) afgerond, nadat er toestemming was verkregen van de Duitse mededingingsautoriteiten. LichtBlick is een toonaangevend duurzaam energiebedrijf, gevestigd in Hamburg, met circa 450 medewerkers dat duurzame energie levert aan meer dan 620.000 klanten. Er is een strategische, evenals een culturele fit tussen de twee bedrijven. Het nieuwe partnerschap versterkt de kracht van de Groep in de West-Europese energiemarkt door investeringsmogelijkheden, gecombineerde ervaringen in de belangrijkste energiemarkten en een groot klantenbestand.

Tevens heeft de Groep het recht verkregen om in de periode tot eind 2018 het resterende 50%-belang in dit bedrijf te kopen. De Groep heeft daarmee volgens IFRS ‘control’ verkregen en consolideert de cijfers van LichtBlick volledig mee sinds de acquisitiedatum. Vanaf de acquisitiedatum heeft de Groep recht op 100% van de resultaten van LichtBlick en over het niet-geacquireerde belang zal een rentevergoeding worden betaald. De voorwaardelijke verplichting voor de resterende acquisitieprijs van het nog te verwerven belang is niet als een minderheidsbelang gepresenteerd, maar is als ‘Rentedragende schuld’ onder de kortlopende schulden verantwoord.

In het geval de Groep geen gebruik zou maken van het recht om het resterende belang te verwerven, dan kan de Groep verplicht zijn om dit belang alsnog te acquireren gedurende januari 2019 voor de resterende acquisitieprijs minus een korting. Voor de reeds geacquireerde aandelen is een (voorlopige) koopprijs in contanten betaald van € 0,2 mld. Besluit de Groep om het resterende belang te acquireren dan is hier naar verwachting een investering mee gemoeid van ca. € 0,2 mld. De omvang van deze investering is bepaald rekening houdend met afspraken inzake een voorwaardelijke vergoeding, welke afhankelijk is van het behalen van bepaalde resultaatcijfers door LichtBlick voor de boekjaren 2017 en 2018.

De koopprijs voor de aandelen van LichtBlick is in het 2e halfjaar 2017 definitief geworden na verrekening van specifieke posten in de eindbalans (met name werkkapitaal). Verder zijn er geen andere contractuele bepalingen ten aanzien van de koopprijs die nog niet zouden zijn afgewikkeld. Daarom is deze acquisitie als ‘definitief’ verwerkt in de jaarcijfers 2017. De goodwill die is ontstaan bij deze bedrijfscombinatie wordt vooral gerechtvaardigd door de strategische en culturele fit tussen beide bedrijven en mogelijk te behalen synergievoordelen bij de verdere ontwikkeling van energiebesparingsoplossingen voor klanten. De goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. De reële waarde van de verkregen handelsdebiteuren en overige vorderingen bedraagt € 50 mln. De bruto contractwaarde hiervan bedraagt € 51 mln. waarvan € 1 mln. wordt ingeschat als niet-inbaar per acquisitiedatum.

De kosten gerelateerd aan deze overnametransactie bedragen circa € 6 mln. waarvan € 3,5 mln. ten laste is gebracht van het resultaat 2017 (Overige bedrijfskosten). LichtBlick draagt vanaf acquisitiedatum bij aan de opbrengsten van de Groep voor totaal ca. € 564 mln. en levert een positief resultaat na belastingen van ca. € 8 mln.

Acquisitie Eni

Per 10 juli 2017 heeft Eneco de aankoop van twee 100%-deelnemingen Eni Gas & Power N.V. en Eni Wind N.V. afgerond (hierna te noemen ‘Eni’), nadat er toestemming was verkregen van de Belgische mededingingsautoriteiten. Eni is een energiebedrijf dat eveneens aansluit bij de Eneco-strategie ‘duurzame energie van iedereen’ en is gevestigd in Vilvoorde, België. Het heeft circa 150 medewerkers en levert energie aan meer dan 400.000 huishoudens en circa 30.000 zakelijke klanten. Samen met Eni, zal Eneco België meer dan 1 miljoen aansluitingspunten voorzien, wat een belangrijke stap wordt in haar ambitie om de Belgische energievoorziening verder te verduurzamen. Daarnaast versterken beide bedrijven elkaar op het vlak van innovatieve en duurzame energiediensten voor consumenten en zakelijke klanten. Door deze aankoop van Eni kan Eneco nog verder uit groeien tot een duurzame, innovatieve energiespeler in de West-Europese energiemarkt.

Voor de aankoop van beide Eni-bedrijven is een koopprijs in contanten betaald van € 0,3 mld. Bij deze acquisitie is een variabel deel van de koopprijs (zgn. ‘earn out’-regeling) of een uitgestelde betaling niet aan de orde. De beoordeling van de – op reële waarde gebaseerde – geïdentificeerde activa en verplichtingen is op balansdatum 31 december 2017 nog niet volledig afgerond. Dit onderzoek kan de allocatie van de koopprijs aan deze activa en passiva in beperkte mate beïnvloeden. Om die reden is deze acquisitie als ‘voorlopig’ verwerkt in de jaarcijfers 2017. De goodwill die is ontstaan bij deze bedrijfscombinatie wordt vooral gerechtvaardigd door de strategische samenwerking die hierdoor ontstaat met de bestaande klant-activiteiten van Eneco België alsmede de te behalen synergievoordelen bij de verdere integratie van beide bedrijven en versterking van de marktpositie. De goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. De reële waarde van de verkregen handelsdebiteuren en overige vorderingen bedraagt € 144 mln. De bruto contractwaarde hiervan bedraagt € 168 mln. waarvan € 24 mln. wordt ingeschat als niet-inbaar per acquisitiedatum.

De kosten gerelateerd aan deze overnametransactie bedragen circa € 3 mln. (Overige bedrijfskosten). Eni draagt vanaf acquisitiedatum bij aan de opbrengsten van de Groep voor totaal ca. € 238 mln. en levert, door seizoenspatroon en integratiekosten, een negatief resultaat na belastingen van ca. € 7 mln.

Acquisitie windactiviteiten De Wolff

Eneco heeft per 1 november 2017 de windactiviteiten overgenomen van De Wolff Verenigde Bedrijven B.V., een pionier in duurzame energie met ruime ervaring in de Nederlandse markt voor ‘wind op land’. Door deze overeenkomst neemt de Groep 17 windmolenparken, verschillende windprojecten in ontwikkeling en enkele service-/onderhoudsbedrijven over. Daarmee groeit ook Eneco's totale pijplijn aan nieuwe windprojecten, zodat zij kan blijven voorzien in de toenemende vraag van haar klanten naar duurzame energie. De acquisitie omvat de aankoop van 25 100%-dochterondernemingen alsmede 4 samenwerkingsverbanden voor 50-86% aandelenbelang (joint operations) en 1 geassocieerde deelneming voor 20% aandelenbelang.

Voor de aankoop van deze bedrijven van De Wolff is een (voorlopige) koopprijs in contanten betaald van € 0,1 mld. inclusief verrekening van de netto schuld in die bedrijven. In dit bedrag is nog niet begrepen de (voorlopige) koopprijs voor een windpark in ontwikkeling dat later aan Eneco zal worden overgedragen. De omvang van deze (voorlopige) investering van € 0,1 mld. is bepaald rekening houdend met afspraken inzake een voorwaardelijke vergoeding, welke afhankelijk is van het behalen van een bepaalde realisatie ten aanzien van de windprojecten in ontwikkeling. De definitieve koopprijs voor de aandelen van alle aangekochte bedrijven is afhankelijk van het vaststellen van de eindcijfers per 31 oktober 2017 en is op balansdatum 31 december 2017 nog niet afgerond. De verrekening tussen voorlopige en definitieve eindcijfers kan de allocatie van de koopprijs aan de – op reële waarde gebaseerde – geïdentificeerde activa en verplichtingen in beperkte mate beïnvloeden. Daarnaast is nog in onderzoek welk deel van deze allocatie verwerkt moet worden als materiële vaste activa versus immateriële vaste activa. Hierdoor zou voor de bepaling van de definitieve cijfers een verschuiving kunnen plaatsvinden ten gunste van de immateriële vaste activa. Om die redenen is deze acquisitie als ‘voorlopig’ verwerkt in de jaarcijfers 2017. De reële waarde van de verkregen handelsdebiteuren en overige vorderingen bedraagt € 7 mln. Dit is tevens de bruto contractwaarde.

De kosten gerelateerd aan deze overnametransactie bedragen circa € 0,3 mln. (Overige bedrijfskosten). De windactiviteiten van De Wolff dragen vanaf acquisitiedatum bij aan de opbrengsten van de Groep voor totaal ca. € 2 mln. en levert een beperkt positief resultaat na belastingen.

Overige acquisities

Overige acquisities zijn omwille van materialiteit niet nader toegelicht. Het betreft vier acquisities voor een totale overnamesom van € 9 mln. en deze omvatten voornamelijk materiële vaste activa van € 41 mln., langlopende schulden van € 28 mln. en geen goodwill.

Pro forma Groepscijfers 2017 incl. acquisties

De opbrengsten en het resultaat na belastingen van de Groep indien bovenstaande acquisities op 1 januari 2017 zouden hebben plaatsgevonden, bedragen voor het jaar 2017 € 4.028 mln., respectievelijk € 138 mln.

Cijfers openingsbalans tegen reële waarde

In de tabellen hieronder zijn de (voorlopige) bedragen van de verkregen activa en verplichtingen tegen reële waarde opgenomen en de (voorlopige) berekening van het bedrag aan goodwill.

x € 1 mld

LichtBlick

De Wolff

Eni

Totaal

Materiële vaste activa

-

0,1

-

0,1

Immateriële activa

0,3

-

0,1

0,4

Debiteuren en overige vorderingen

-

-

0,1

0,1

Liquide middelen

0,1

-

-

0,1

Uitgestelde belasting verplichtingen

-0,1

-

-

-0,1

Crediteuren en overige schulden

-0,1

-

-0,1

-0,2

Totale reële waarde verkregen netto activa

0,2

0,1

0,1

0,4

x € 1 mld

LichtBlick

De Wolff

Eni

Totaal

Betaalde overnamesom (incl. meegekochte liquide middelen)

0,2

0,1

0,3

0,6

Voorwaardelijke verplichting

0,2

-

-

0,2

Verkregen netto activa gewaardeerd op reële waarde

-0,2

-0,1

-0,1

-0,4

Goodwill (definitief resp. voorlopig)

0,2

-

0,2

0,4

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

De Groep neemt samen met één of meerdere partijen deel in diverse ondernemingen voor gezamenlijk uit te voeren activiteiten in de vorm van geassocieerde deelnemingen en joint ventures.

De totale mutatie in 2017 in de boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen en joint ventures bedraagt € 51 mln. en bestaat voornamelijk uit investeringen en herclassificaties. De investeringen 2017 betreffen vooral deelnemingen in bedrijven die aansluiten op de ‘smart energy’ bedrijfsactiviteiten voor innovatieve energiediensten en producten waaronder de aankoop van een 34%-deelneming in het bedrijf Next Kraftwerke GmbH (dit betreft een virtuele energiecentrale, zgn. ‘Virtual Power Plant’), de aankoop van een 7%-belang in Thermondo GmbH (dat gespecialiseerd is in de levering en installatie van zowel gas- en oliegestookte verwarmingsketels als zonnecollectoren aan particulieren) en de aankoop van een 14%-belang in ONZO Ltd. (dit betreft een 'data analytics' softwarebedrijf). Daarnaast hebben zowel Eneco als Mitsubishi Corporation een 50%-belang genomen in het bedrijf EnspireME GmbH, dat een grote batterij bouwt voor het leveren van reservecapaciteit aan het Europese elektriciteitsnet en de mogelijkheid onderzoekt om de overproductie van lokale windstroom op te slaan.

De herclassificatie betreft met name windpark in ontwikkeling Norther N.V., dat na herbeoordeling van de criteria in IFRS 11 ‘Joint Arrangements’, vanaf 2017 wordt geclassificeerd als een ‘joint venture’ (tot en met 2016 ‘joint operation’ volgens IFRS 11). Daarnaast is ook Jedlix B.V. geherclassificeerd naar een 'joint venture' aangezien een deel van het belang is verkocht, waardoor Eneco geen 'control' meer heeft over dit bedrijf, maar 'joint control'.

De samenvatting van de financiële gegevens van de geassocieerde deelnemingen en joint ventures is in onderstaande tabel weergegeven en heeft grotendeels betrekking op Greenchoice en Norther:1

Informatie over de balans

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Vaste activa

402

57

Vlottende activa

378

260

Langlopende verplichtingen

429

37

Kortlopende verplichtingen

132

154

Netto activa (100%)

219

126

Netto activa deel van de Groep

62

38

Boekwaarde belang in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (incl. betaalde goodwill)

111

60

Informatie over de winst- & verliesrekening

Opbrengsten (100%)

401

425

Resultaat na belasting (100%)

-7

19

Totaal niet-gerealiseerde resultaten (100%)

5

-

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)

-2

19

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten deel van de Groep

-

5

Resultaat na belasting en totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten deel van de Groep

-

5

In aanvulling op bovenstaande tabellen bedragen de liquide middelen van één joint venture € 142 mln. en de langlopende rentedragende schulden bedragen € 355 mln. (beide op 100%-basis).

  1. De cijfers zijn samengesteld op basis van de meest recente definitieve openbare beschikbare en andere financiële informatie van deze deelnemingen.

Uitgestelde belastingen

De specificatie van de uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen is als volgt:

Vorderingen

Verplichtingen

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Materiële vaste activa

1

178

166

Immateriële vaste activa

22

130

15

Kasstroomafdekkingen

4

10

Compensabele verliezen

3

5

- 19

- 18

Te verrekenen stallingsverliezen

16

18

Voorzieningen

1

- 3

- 4

Totaal

27

5

306

187

De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen die betrekking hebben op kasstroomafdekkingen worden via het eigen vermogen verwerkt. De regeling ter voorkoming van dubbele belastingheffing leidt voor de stallingsverliezen van vaste inrichtingen in het buitenland tot de gepresenteerde uitgestelde belastingverplichting.

De veranderingen in de uitgestelde belastingen gedurende 2017 zijn als volgt:

Netto-positie per 1 januari 2017

Verwerkt in winst- en verlies- rekening1

Verwerkt in totaal niet-gerealiseerde resultaten

Overige (inclusief bedrijfs combinaties)

Netto-positie per 31 december 2017

Vorde-
ringen

Verplich-
tingen

Materiële vaste activa

- 166

8

- 19

- 177

1

- 178

Immateriële vaste activa

- 15

30

- 123

- 108

22

- 130

Kasstroomafdekkingen

- 10

6

- 4

- 4

Compensabele verliezen

23

- 1

22

22

Te verrekenen stallingsverliezen

- 18

2

- 16

- 16

Voorzieningen

4

- 1

1

4

4

Uitgestelde belastingverplichtingen (vorderingen) voor saldering

- 182

38

6

- 141

- 279

49

- 328

Saldering

- 22

22

Totaal

27

- 306

  1. Dit bedrag is opgenomen in de ‘Mutatie uitgestelde belastingen’ als onderdeel van ‘Belastingen over het resultaat.’ Zie hiervoor toelichting '10 Belastingen over het resultaat uit voortgezette bedrijfsactviteiten'.

De veranderingen in de uitgestelde belastingen gedurende 2016 zijn als volgt:

Netto-positie per 1 januari 2016

Verwerkt in winst- en verlies- rekening1

Verwerkt in totaal niet-gerealiseerde resultaten

Afstoten activiteiten netwerkgroep en overige

Netto-positie per 31 december 2016

Vorde-
ringen

Verplich-
tingen

Materiële vaste activa

- 380

12

202

- 166

- 166

Immateriële vaste activa

- 15

- 15

- 15

Kasstroomafdekkingen

- 31

20

1

- 10

- 10

Compensabele verliezen

24

- 1

23

23

Te verrekenen stallingsverliezen

- 20

2

- 18

- 18

Voorzieningen

6

- 2

4

4

Uitgestelde belastingverplichtingen

- 416

11

20

203

- 182

27

- 209

Saldering

- 22

22

Totaal

5

- 187

  1. Dit bedrag is opgenomen in de ‘Mutatie uitgestelde belastingen’ als onderdeel van ‘Belastingen over het resultaat.’ Zie hiervoor toelichting '10 Belastingen over het resultaat uit voortgezette bedrijfsactviteiten'.

De specificatie van de vervaltermijnen van verrekenbare tijdelijke verschillen na 31 december 2017 is als volgt:

Vervaltermijnen van verrekenbare verschillen

Materiële vaste activa

1 - 50 jr

Immateriële vaste activa

1 - 25 jr

Kasstroomafdekkingen

1 - 30 jr

Compensabele verliezen

1 - 10 jr

Voorzieningen

1 - 10 jr

Voor compensabele (voorvoegings)verliezen ten bedrage van € 7 mln. (per 31 december 2016: € 95 mln.) is geen uitgestelde belastingvordering opgenomen, omdat niet zeker is of voldoende toekomstige fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor de deelnemingen en vaste inrichting, die geen onderdeel vormen van de fiscale eenheid. Volgens de fiscale regelgeving in de betreffende jurisdictie is verrekening van deze verliezen onbeperkt mogelijk.

Afgeleide financiële instrumenten

18.1 Financiële instrumenten van de Groep

De specificatie van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten is als volgt:

Financiële activa

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Renteswapcontracten

Valutacontracten

11

10

Energiecommoditycontracten

238

231

CO2-emissierechtencontracten

6

4

Totaal

255

245

Classificatie

Kortlopend

190

155

Langlopend

65

90

Totaal

255

245

Financiële verplichtingen

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Renteswapcontracten

3

10

Valutacontracten

2

3

Energiecommoditycontracten

221

172

CO2-emissierechtencontracten

1

Totaal

227

185

Classificatie

Kortlopend

181

129

Langlopend

46

56

Totaal

227

185

18.2 Financiële instrumenten met waardemutaties in het resultaat

De specificatie van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten waarvan de waardemutaties zijn verwerkt in het resultaat

is als volgt:

Financiële activa

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Renteswapcontracten

Valutacontracten

1

Energiecommoditycontracten

205

178

CO2-emissierechtencontracten

6

4

Totaal

212

182

Classificatie

Kortlopend

180

139

Langlopend

32

43

Totaal

212

182

Financiële verplichtingen

At 31 December 2017

At 31 December 2016

Renteswapcontracten

Valutacontracten

1

Energiecommoditycontracten

209

169

CO2-emissierechtencontracten

1

Totaal

211

169

Classificatie

Kortlopend

172

127

Langlopend

39

42

Totaal

211

169

18.3 Financiële instrumenten met waardemutaties verwerkt in het eigen vermogen

De specificatie van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten waarvan de waardemutaties zijn verwerkt in het eigen vermogen via de reserve kasstroomafdekkingen is als volgt:

Financiële activa

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Renteswapcontracten

Valutacontracten

10

10

Energiecommoditycontracten

33

53

CO2-emissierechtencontracten

Totaal

43

63

Classificatie

Kortlopend

10

16

Langlopend

33

47

Totaal

43

63

Financiële verplichtingen

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Renteswapcontracten

3

10

Valutacontracten

1

3

Energiecommoditycontracten

12

3

CO2-emissierechtencontracten

Totaal

16

16

Classificatie

Kortlopend

9

2

Langlopend

7

14

Totaal

16

16

Deze instrumenten worden gebruikt in kasstroomhedge afdekkingstransacties om rente-, valuta en energieprijsrisico’s af te dekken.

18.4 Reële waarde hiërarchie

Voor de waarderingsmethodiek van financiële instrumenten wordt de volgende hiërarchie gehanteerd:

Niveau 1

Onder niveau 1 worden financiële instrumenten verantwoord waarvan de reële waarde is gebaseerd op niet aangepaste marktprijzen van gelijke instrumenten in actieve markten.

Niveau 2

Onder niveau 2 worden financiële instrumenten verantwoord met een reële waarde gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven aangevuld met andere beschikbare informatie. Bij de waarderingsmethodiek wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van observeerbare marktprijzen. De waardering van niveau 2 energiecommoditycontracten is gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven voor liquide perioden voor onderliggende waarden als elektriciteit, gas ('title transfer facility'), olie-gerelateerde prijzen en emissierechten. Andere contracten worden gewaardeerd middels afstemming met de tegenpartij, in deze afstemmingen worden observeerbare forwardcurves van rente en valuta gehanteerd.

Niveau 3

Onder niveau 3 worden financiële instrumenten verantwoord die zijn gewaardeerd op basis van berekeningen waarin één of meer significante inputfactoren niet zijn gebaseerd op objectieve marktdata.

De hiërarchie van de op reële waarde gewaardeerde afgeleide financiële instrumenten is als volgt:

Per 31 december 2017

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommodity- en CO2-emissierechtencontracten

4

238

2

244

Renteswap- en valutacontracten

1

10

-

11

5

248

2

255

Verplichtingen

Energy commodity contracts and CO2 emission rights

26

195

-

221

Renteswap- en valutacontracten

-

5

-

5

26

200

-

226

Per 31 december 2016

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommodity- en CO2-emissierechtencontracten

1

229

5

235

Renteswap- en valutacontracten

1

9

-

10

2

238

5

245

Verplichtingen

Energiecommodity- en CO2-emissierechtencontracten

6

166

-

172

Renteswap- en valutacontracten

-

13

-

13

6

179

-

185

18.5 Kasstroomafdekkingen

In toelichting 'Groepsvermogen' is het verloopoverzicht van de reserve kasstroomafdekking opgenomen.

De kasstroomafdekkingsinstrumenten betreffen afgeleide financiële instrumenten die netto tussen partijen worden afgerekend. De specificatie van de perioden waarin de kasstromen van de kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen worden gerealiseerd is als volgt:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Verwachte kasstroom

Binnen 1 jaar

118

70

Van 1 tot 5 jaar

61

143

Na 5 jaar

-

-7

Totaal

179

206

Het totaal van de kasstroomafdekkingen dat in de toekomst in het resultaat wordt verwerkt is onder aftrek van belastingen opgenomen in de reserve kasstroomafdekkingen. De specificatie van de perioden waarin de resultaten van de kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen worden gerealiseerd is als volgt:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Verwachte verwerking in het resultaat na belastingen

Binnen 1 jaar

-2

11

Van 1 tot 5 jaar

8

21

Na 5 jaar

4

-2

Totaal

10

30

Overige financiële vaste activa

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Overige kapitaalbelangen

5

-

Vorderingen op verbonden partijen

-

1

Overige vorderingen

106

75

Totaal

111

76

Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop

In 2016 heeft een herbeoordeling van het portfolio plaatsgevonden en is besloten om enkele warmte-infrastructuren en -installaties af te stoten. Inmiddels zijn er contracten getekend voor de verkoop van het grootste deel van het portfolio, overdracht daarvan zal begin 2018 plaatsvinden. Een verdere afwaardering ten opzichte van de boekwaarde naar ‘verwachte reële waarde minus verkoopkosten’ is niet aan de orde. Voor enkele projecten wordt vooralsnog afgezien van verkoop waardoor deze vanuit de ‘activa aangehouden voor verkoop’ zijn gereclassificeerd naar de ‘materiële vaste activa’ met niet-materiële impact op de cijfers 2017.

Onder de ‘overige financiële (vaste) activa’ was een bedrag opgenomen van in totaal € 200 mln. op grond van een op 27 januari 2017 afgesloten financieringsovereenkomst tussen N.V. Eneco Beheer (als leningverstrekker) en destijds Eneco Holding N.V. In 2017 is besloten om dit financieel actief op korte termijn in liquiditeit om te zetten op grond waarvan een herclassificatie naar ‘activa aangehouden voor verkoop’ heeft plaatsgevonden.

Handelsdebiteuren

De specificatie van de handelsdebiteuren is als volgt:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Energiedebiteuren

674

515

Overige handelsdebiteuren

55

51

Af: waardeverminderingen

-79

-66

Totaal

650

500

De specificatie van de uitstaande vorderingen naar ouderdom is als volgt:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Voor vervaldatum

504

367

Na vervaldatum

- tot 3 maanden

84

66

- 3 tot 6 maanden

16

13

- 6 tot 12 maanden

23

20

- meer dan 12 maanden

102

100

Nominale waarde

729

566

Af: waardeverminderingen

- 79

- 66

Totaal

650

500

De specificatie van de afgewaardeerde debiteurenvorderingen naar ouderdom is als volgt:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Voor vervaldatum

1

2

Na vervaldatum

- tot 3 maanden

6

4

- 3 tot 6 maanden

4

2

- 6 tot 12 maanden

9

8

- meer dan 12 maanden

59

50

Totaal

79

66

Het verloop van de waardeverminderingen van de debiteuren is als volgt:

2017

2016

Per 1 januari

66

90

Dotaties uit hoofde van acquisities

24

Toevoegingen via het resultaat

8

8

Onttrekkingen

- 19

- 20

Vrijval

Afstoten activa netwerkgroep

- 11

Overige mutaties

- 1

Per 31 december

79

66

Overige vorderingen

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Overlopende activa

182

142

Zekerheidsstellingen aan handelspartijen (margin calls)

52

18

Overige vorderingen

10

836

Totaal

244

996

In de overige vorderingen per 31 december 2016 is een lening aan Eneco Holding N.V. begrepen, hiervoor wordt verwezen naar toelichting 31 'Verbonden partijen'.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas- en banksaldi en deposito’s bedragen per 31 december 2017 € 465 mln. (31 december 2016: € 343 mln.). Hiervan bedragen de niet direct opvraagbare deposito’s en geblokkeerde rekeningen op 31 december 2017 € 118 mln. (31 december 2016: € 65 mln.). Deze laatste categorie middelen staan niet ter vrije beschikking van de Groep.

Groepsvermogen

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Aandelenkapitaal

-

122

Agioreserve

2.781

-

Herwaarderingsreserve

-

-

Reserve translatieverschillen

-6

1

Reserve kasstroomafdekkingen

10

30

Ingehouden resultaten

-

2.773

Onverdeeld resultaat boekjaar

81

192

Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders van Eneco Groep N.V.

2.866

3.118

Minderheidsbelangen

3

3

Groepsvermogen Eneco

2.869

3.121

Algemeen

Ter voorbereiding op de splitsing van Eneco in een energiebedrijf en netwerkbedrijf, heeft op 30 januari 2017 een informele kapitaalstorting plaatsgevonden waarbij destijds Eneco Holding N.V. (thans Stedin Holding N.V.) 100% van het geplaatste aandelenkapitaal in N.V. Eneco Beheer heeft ingebracht in de per 12 december 2016 opgerichte vennootschap Eneco Groep N.V. voor een totaal bedrag van € 2.819 mln. Dit bedrag is gelijk aan de boekwaarde van het eigen vermogen van N.V. Eneco Beheer per 30 januari 2017 dat toekomt aan de (toemalige) aandeelhouder. Dit heeft geresulteerd in een agiostorting van € 2.781 mln. (inclusief het resultaat over januari 2017 van € 46 mln.) en een ingebrachte reserve kasstroomafdekkingen van € 38 mln. in Eneco Groep N.V.

Bij de toepassing van de ‘pooling of interests’-methode voor de geconsolideerde winst- en verliesrekening van Eneco Groep N.V. zijn de resultaten van N.V. Eneco Beheer voor het volledige boekjaar 2017 verwerkt, eindigend op € 127 mln. resultaat na belastingen.

De ‘carry over accounting’-methode, toegepast op de vennootschappelijk jaarrekening, is nagenoeg gelijk aan de ‘pooling of interests’-methode met als verschil dat voor de vennootschappelijke jaarrekening het verkregen belang niet met terugwerkende kracht aan het begin van het boekjaar wordt gevoegd maar op het moment van de feitelijke transactie onder gemeenschappelijke leiding. Het resultaat na belastingen vanaf 30 januari 2017 in de vennootschappelijke winst- en verliesrekening en het Onverdeeld resultaat boekjaar in het vennootschappelijke eigen vermogen zijn gelijk ten bedrage van € 81 mln.

Daarbij wordt, omwille van het behouden van de aansluiting tussen de vermogenscomponenten in het enkelvoudige en geconsolideerde vermogen, het resultaat over januari 2017 van € 46 mln. in het geconsolideerde eigen vermogen overgeboekt naar de agioreserve.

Aandelenkapitaal

Het maatschappelijk kapitaal van Eneco Groep N.V. bedraagt € 0,2 mln., verdeeld in 20 miljoen aandelen met een nominale waarde van elk € 0,01. Per 31 december 2017 zijn 4.970.978 aandelen geplaatst en volgestort. In 2017 is hierin geen wijziging opgetreden. Eneco Groep N.V. heeft alleen gewone aandelen uitstaan.

Reserve translatieverschillen

De activa en passiva van de buitenlandse groepsmaatschappijen in vreemde valuta alsmede de op de financiering van deze dochterondernemingen betrekking hebbende langlopende leningen in vreemde valuta worden, rekening houdend met belastingen, per balansdatum omgerekend tegen de eindkoers in euro’s. De hieruit voortvloeiende koersverschillen worden in de translatiereserve binnen het eigen vermogen verwerkt. De resultaten van de buitenlandse groepsmaatschappijen worden tegen gemiddelde koersen omgerekend in euro’s. Het verschil tussen de nettowinst op basis van de gemiddelde koersen en de nettowinst op basis van de koersen per balansdatum wordt verwerkt in de translatiereserve binnen het eigen vermogen. Bij afstoting of vermindering van een investering in een buitenlandse activiteit worden de cumulatieve koersverschillen die verband houden met die activiteit opgenomen als resultaat in de winst- en verliesrekening. De translatiereserve staat niet ter vrije beschikking van de aandeelhouders.

De Groep past ‘net investment hedge accounting’ toe om haar omrekeningsverschillen van Britse activiteiten in de translatiereserve en de winst- en verliesrekening te beperken. De koersverschillen van de aangetrokken lening in Britse ponden hebben een tegengesteld effect op de koersverschillen van de Britse activiteiten. Zowel de koersverschillen van de Britse activiteiten en de aangetrokken Britse pondenlening worden in de translatiereserve verwerkt.

Reserve kasstroomafdekkingen

In de reserve kasstroomafdekkingen worden veranderingen verwerkt van de reële waarde van het effectieve deel van afgeleide financiële instrumenten die zijn aangewezen voor kasstroomafdekking waarvan de afdekkingstransactie nog niet is afgewikkeld. De Groep voldoet hierbij aan de voorwaarden van kasstroomhedge-accounting. Deze afdekkingsinstrumenten bestaan vooral uit energie-, forward- en swapcontracten die met andere marktpartijen zijn afgesloten om de marktprijsrisico’s af te dekken van de inkoop en verkoop van energiecommoditycontracten. Daarnaast is onder deze reserve het effectieve deel van de afdekking met rente- en valutaswapcontracten opgenomen. De reserve kasstroomafdekkingen staat niet ter vrije beschikking van de aandeelhouders.

Onderstaand is het verloopoverzicht van de reserve kasstroomafdekkingen opgenomen:

Energiecommodities

Renteswap-contracten

Valutaswap-contracten

Totaal

Per 1 januari 2016

94

- 4

90

Nieuw gedefinieerde kasstroomafdekkingen in boekjaar

- 6

- 2

- 8

Mutatie reële waarde kasstroomafdekkingen

- 45

1

- 44

Uitgestelde belastingverplichtingen

17

2

1

20

Ineffectief deel van kasstroomafdekkingen

6

6

Beëindigde kasstroomafdekkingen

- 34

- 34

Per 31 december 2016

38

- 7

- 1

30

Nieuw gedefinieerde kasstroomafdekkingen in boekjaar

- 9

- 9

Mutatie reële waarde kasstroomafdekkingen

- 7

6

0

- 1

Uitgestelde belastingverplichtingen

8

- 2

0

6

Ineffectief deel van kasstroomafdekkingen

2

0

2

Beëindigde kasstroomafdekkingen

- 18

- 18

Per 31 december 2017

14

- 3

- 1

10

Ingehouden resultaten

N.V. Eneco Beheer heeft in januari 2017, in het kader van de splitsingsafspraken, € 351 mln. dividend ter beschikking gesteld aan Stedin Holding N.V. (aandeelhouder tot de splitsing van het energie- en distributiebedrijf). N.V. Eneco Beheer had een vordering op deze aandeelhouder die door middel van deze dividenduitkering is verlaagd.

Minderheidsbelangen

Dit betreft het aandeel van derden in het eigen vermogen van dochterondernemingen, waarvan de Groep niet alle aandelen bezit.

Personeelsvoorzieningen

Diensttijd gebonden uitkeringen

Overige

Totaal

Classificatie per 1 januari 2016

Kortlopend

2

6

8

Langlopend

32

2

34

Per 1 januari 2016

34

8

42

Dotaties

8

8

Onttrekkingen

- 2

- 5

- 7

Afstoten activiteiten netwerkgroep

- 20

- 3

- 23

Overig

- 7

- 7

Per 31 december 2016

5

8

13

Classificatie per 31 december 2016

Kortlopend

1

5

6

Langlopend

4

3

7

Per 1 januari 2017

5

8

13

Dotaties

1

6

7

Onttrekkingen

- 1

- 4

- 5

Vrijval

- 2

- 2

Acquisities

4

4

Overig

Per 31 december 2017

9

8

17

Classificatie per 31 december 2017

Kortlopend

7

7

Langlopend

9

1

10

Per 31 december 2017

9

8

17

Diensttijd gebonden uitkeringen en pensioenverplichtingen

Deze voorziening dekt de verplichting voor het uitkeren van bedragen bij het bereiken van een bepaald aantal jaren dienstverband en de pensionering van medewerkers.

Tevens zijn enkele toegezegd pensioenregelingen opgenomen (‘defined benefit plans’) als gevolg van de acquisitie in België in 2017. Gezien de niet-materiële omvang van deze verplichtingen (ca. € 5 mln.) is de toelichting volgens IAS 19 ‘Employee Benefits’ voor ‘defined benefit plans’ niet opgenomen.

De voorzieningen zijn actuarieel bepaald op basis van de volgende uitgangspunten:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Diensttijd gebonden uitkeringen (NL)

Disconteringsvoet per 31 december

1,1%

1,4%

Toekomstige salarisstijgingen

1,52%-2,10%

1,0%

Sterftetabel

GBM & GBV
2009-2015

GBM & GBV
2009-2014

Pensioenverplichtingen (BE)

Disconteringsvoet per 31 december

1,2% - 1,5%

Toekomstige salarisstijgingen

1,0% / schaal+0,5%

Sterftetabel

MR-5/FR-5
MR-5 (actief)/FR
MR (gepensioneerd)/FR

De uitgaven van de personeelsvoorzieningen vinden over een langere periode plaats. De voorziening wordt jaarlijks herrekend op basis van actuele personeelsgegevens en geeft de adequate weergave van de verwachte kasstromen.

Overige personeelsvoorzieningen

Onder de overige personeelsvoorzieningen zijn de verplichtingen opgenomen voor uitkeringen als gevolg van loondoorbetaling bij ziekte en uitkeringen bij werkloosheid, omdat de Groep eigenrisicodrager is voor de Werkloosheidswet (WW). Gezien het overwegend kortlopende karakter zijn deze voorzieningen tegen nominale waarde opgenomen.

Overige voorzieningen

Amoverings
voorziening

Verlies
latende
contracten

Reorganisatie

Overige

Totaal

Classificatie per 1 januari 2016

Kortlopend

-

-

5

-

5

Langlopend

67

-

3

12

82

Per 1 januari 2016

67

-

8

12

87

Dotaties

3

-

11

3

17

Onttrekkingen

-

-

-7

-2

-9

Afstoten activiteiten netwerkgroep

-1

-

-4

-2

-7

Dotaties uit hoofde van acquisities

4

-

-

-

4

Vrijval

-3

-

-

-2

-5

Overig

-5

-

-

-3

-8

Per 31 december 2016

65

-

8

6

79

Classificatie per 31 december 2016

Kortlopend

-

-

7

-

7

Langlopend

65

-

1

6

72

Per 31 december 2016

65

-

8

6

79

Dotaties

7

8

4

3

22

Onttrekkingen

-

-

-7

-1

-8

Dotaties uit hoofde van acquisities

5

-

-

5

10

Vrijval

-1

-

-1

-

-2

Overig

-

-

-

-

-

Per 31 december 2017

76

8

4

13

101

Classificatie per 31 december 2017

Kortlopend

-

4

1

2

7

Langlopend

76

4

3

11

94

Per 31 december 2017

76

8

4

13

101

De voorzieningen zijn in 2017 opgerent met percentages in een range van 0,6% - 1,8% (2016: 0,6% - 2,3%). Gezien het doorgaans kortlopende karakter is de reorganisatievoorziening niet opgerent.

Amoveringsvoorziening

De amoveringsvoorziening heeft een langlopend karakter. De kasstromen zullen over het algemeen na tien jaar en binnen twintig jaar plaatsvinden. De bedragen vormen de beste schatting en worden jaarlijks beoordeeld voor de verwachte toekomstige kostenontwikkelingen voor het verwijderen van activa.

Verlieslatende contracten

De uitgaven voor verlieslatende contracten zullen binnen twee jaar plaatsvinden. De voorziening geeft een goede weerspiegeling van de kasstromen door de relatief kort resterende looptijd van de contracten.

Reorganisatievoorziening

In 2017 is een bedrag van € 4 mln. (2016: € 11 mln.) gedoteerd aan de reorganisatievoorziening dat voornamelijk betrekking heeft op de integratie van Eni met de reeds bestaande klantactiviteiten van Eneco België.

Overige voorzieningen

De uitgaven van de overige voorzieningen zullen naar verwachting over een langere periode plaatsvinden. Het verwachte afwikkelmoment voor deze voorzieningen is moeilijk in te schatten. De huidige bedragen vormen de beste inschatting op balansdatum.

Rentedragende schulden

Op 31 december 2017 hebben de rentedragende schulden van de Groep grotendeels betrekking op financieringen van windparken alsmede algemene financiering.

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Non-recourse

335

315

Overige leningen en verplichtingen

400

100

Totaal

735

415

Voor de specificatie van de perioden waarin de aflossingen zullen plaatsvinden wordt verwezen naar toelichting 'Beheersing van financiële risico's'.

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Classificatie

Kortlopend

282

27

Langlopend

453

388

Totaal

735

415

De belangrijkste mutaties in de lang- en kortlopende rentedragende schulden gedurende 2017 zijn het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de balans die verband houdt met de eventuele aankoop van het resterende 50%-aandeel in LichtBlick Holding AG voor een bedrag van € 187 mln. (inclusief een vaste rentevergoeding van 6%) en het afsluiten van een GBP 100 mln. lening (€ 113 mln.) tegen variabele rente voor een periode van maximaal 5 jaar (22 juni 2022), waarbij tussentijdse aflossingen zijn toegestaan. Daarnaast is er een toename van de rentedragende schulden door acquisities voor € 63 mln. (waarvan € 62 mln. langlopend) en hebben er aflossingen plaatsgevonden voor een bedrag van € 48 mln. Voor overige mutaties in de rentedragende schulden wordt verwezen naar het geconsolideerde kasstroomoverzicht.

Voor de rentedragende schulden inzake de financiering van windparken en zonprojecten hebben bepaalde zekerheidstellingen plaatsgevonden in de vorm van het recht van hypotheek, pandrechten op de aandelen van de juridische entiteiten, pandrechten op energie-afnamecontracten of subsidie-overeenkomsten. De uitstaande hoofdsom voor dergelijke leningen bedroeg ultimo 2017 € 335 mln. (per 31 december 2016 € 310 mln.). Voor de overige rentedragende schulden hebben geen zekerheidstellingen plaatsgevonden.

Voor een bedrag van € 279 mln. per ultimo 2017 voor de Groenleningen en de voorwaardelijke verplichting inzake aankoop LichtBlick (per 31 december 2016: € 100 mln.) zijn de leningen en verplichtingen vastrentend (reële waarde risico). Voor de overige leningen gelden variabele rentepercentages die de ontwikkeling van de marktrente (kasstroom-renterisico) volgen. Aflossingsverplichtingen voor het eerste jaar na balansdatum worden opgenomen onder de kortlopende schulden.

De gemiddelde rentelast van de leningen was in 2017 3,5% (2016: 3,4%). De gemiddelde rentelast is in 2017 berekend als het gewogen gemiddelde van de rentelasten die direct zijn gerelateerd aan de rentedragende schulden, exclusief de overige financieringslasten.

De reële waarde van de leningen bedraagt per 31 december 2017 € 650 mln. (per 31 december 2016 € 432 mln.) en is berekend op basis van de 'inkomstenbenadering'. Hierbij is uitgegaan van relevante marktrentetarieven voor vergelijkbare schulden. Daarmee vallen de gegevens voor deze waarderingsberekening onder ‘niveau 2’ binnen de reële waarde hiërarchie.

Handelscrediteuren en overige schulden

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Handelscrediteuren

715

623

Overlopende passiva

331

162

Pensioenpremies

2

2

Overige schulden

293

277

Totaal

1.341

1.064

Classificatie

Kortlopend

1.224

954

Langlopend

117

110

Totaal

1.341

1.064

Gezien het karakter van de post handelscrediteuren en overige schulden is de boekwaarde gelijk aan de reële waarde.

Operationele leases

Kosten en verplichtingen van operationele leases

De Groep heeft operationele lease-overeenkomsten afgesloten voor ICT-voorzieningen en het wagenpark. Daarnaast zijn huurovereenkomsten gesloten voor een aantal terreinen en bedrijfspanden. In het resultaat is hiervoor een last opgenomen van € 25 mln. (2016: € 37 mln.), waarvan € 25 mln betrekking heeft op 'voortgezette bedrijfsactiviteiten' (2016: € 25 mln.) en € 0 mln. betrekking heeft op 'beëindigde bedrijfsactiviteiten' (2016: € 12 mln.).

De minimale verplichtingen van deze overeenkomsten vervallen als volgt:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Binnen 1 jaar

30

28

Van 1 tot 5 jaar

95

80

Na 5 jaar

198

148

Totaal

323

256

Opbrengsten van operationele leases

Verbruikstoestellen en energie-installaties worden verhuurd voor perioden van 5 tot 15 jaar, waarbij de betreffende activa eigendom van de Groep blijven. De verhuur omvat de terbeschikkingstelling aan gebruikers inclusief het onderhoud. De verhuuropbrengsten die in het resultaat zijn verwerkt bedragen € 22 mln. (2016: €28 mln.), waarvan € 22 mln. betrekking heeft op de ‘voortgezette bedrijfsactiviteiten’ (2016: € 25 mln.) en € 0 mln. op 'beëindigde bedrijfsactiviteiten' (2016: € 3 mln.).

De minimale vorderingen uit hoofde van niet-opzegbare huurovereenkomsten vervallen als volgt:

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Binnen 1 jaar

18

21

Van 1 tot 5 jaar

56

64

Na 5 jaar

35

40

Totaal

109

125

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

De niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen, met uitzondering van de garanties, worden gewaardeerd tegen contante waarde. De contante waarde wordt berekend met een disconteringsvoet waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt.

Inkoop- en verkoopverplichtingen energie

De Groep heeft inkoopverplichtingen voor energie ter grootte van € 6,1 mld. (per 31 december 2016: € 5,8 mld.). Deze inkoopcontracten hebben betrekking op 2018 en latere jaren. De inkoopverplichtingen omvatten energiecontracten voor eigen gebruik ('own use') met verschillende energieproducenten. Daartegenover staan reeds afgesloten verkoopverplichtingen, met name voor de zakelijke markt, die betrekking hebben op 2018 en latere jaren ter grootte van € 3,4 mld. (per 31 december 2016: € 3,0 mld.).

Voor de inkoop van warmte zijn verplichtingen ter grootte van € 0,6 mld. (per 31 december 2016: € 0,7 mld.) aangegaan tot en met 2042. De jaarlijkse (verwachte) verkoopverplichting, voor onbepaalde tijd, van warmte bedraagt € 0,3 mld. (per 31 december 2016: € 0,3 mld.).

Investeringsverplichtingen

Ultimo 2017 is de Groep investeringsverplichtingen aangegaan voor een totaalbedrag van € 0,1 mld. (per 31 december 2016: € 0,2 mld.).

Overige (voorwaardelijke) verplichtingen

Ultimo 2017 bedragen de overige contractuele verplichtingen € 0,5 mld. (per 31 december 2016: € 0,5 mld.). Hieronder zijn voornamelijk onderhoudscontracten opgenomen.

Garanties

De Groep heeft aan derden concern- en bankgaranties verstrekt ter grootte van € 0,4 mld. (per 31 december 2016: € 0,2 mld.). Ultimo 2017 heeft N.V. Eneco Beheer garanties verstrekt voor € 0,3 mld. (per 31 december 2016: € 0,1 mld.). De resterende concerngaranties zijn verstrekt door dochtermaatschappijen van N.V. Eneco Beheer waarvoor een 403-verklaring is afgegeven.

Fiscale eenheid

Eneco Groep N.V. is zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschaps- en omzetbelasting. Daarnaast vormt de enige dochter N.V. Eneco Beheer met vrijwel al haar Nederlandse dochterondernemingen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en N.V Eneco Beheer maakt onderdeel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting voor een groot deel van de Groep. Alle vennootschappen die deel uitmaken van een fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden, waarvoor die fiscale eenheid geldt.

Vennootschapsbelasting

Per 31 december 2016 is – in verband met de splitsing van de Eneco Groep per 31 januari 2017 – de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting beëindigd ten aanzien van Eneco Holding N.V. (hernoemd in Stedin Holding N.V.) per 31 januari 2017. De ontvoegde vennootschappen vormen met ingang van 1 januari 2017 een nieuwe, aparte fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Omzetbelasting

Ook de fiscale eenheid voor de omzetbelasting heeft een wijziging ondergaan in 2017. Eneco Holding N.V. is met ingang van 1 januari 2017 niet langer het hoofd van de fiscale eenheid van de Groep, maar N.V. Eneco Beheer is het hoofd geworden van de fiscale eenheid voor de omzetbelasting.

De aansprakelijkheden vanuit gezamenlijke fiscale eenheden in het verleden blijven ook na wijziging van die fiscale eenheid in stand.

Cashpool

Uit hoofde van de deelname in de cashpool van de Groep is N.V. Eneco Beheer hoofdelijk aansprakelijk, evenals de andere deelnemers in de cashpool, voor de tekorten in de cashpool als geheel.

Juridische procedures

De Groep is betrokken bij een aantal juridische en regulatorische claims en procedures die verband houden met de bedrijfsactiviteiten, ofwel als eiser ofwel als gedaagde. Het management zorgt ervoor dat deze zaken goed behartigd worden. Bij sommige van deze zaken kunnen bedragen worden geëist die significant zijn voor de geconsolideerde jaarrekening.
Aansprakelijkheden en voorwaardelijke verplichtingen in relatie tot deze claims en procedures worden periodiek beoordeeld op basis van de meest recente beschikbare informatie. Hierbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van de adviezen van juristen en andere specialisten. Een voorziening wordt alleen getroffen als een negatieve uitkomst van de procedure ‘waarschijnlijk’ (IFRS: 'probable') wordt geacht en het bedrag van het verwachte verlies redelijkerwijs kan worden ingeschat. De daadwerkelijke uitkomst van een claim of procedure kan anders zijn dan de eerder ingeschatte aansprakelijkheid, en als gevolg daarvan een materieel negatief effect hebben op de financiële prestaties en positie van de Groep.

Splitsingsprotocol tussen de Netwerkgroep en het Energiebedrijf1

N.V. Eneco Beheer zal voor een periode van 6 jaar gerekend vanaf 31 januari 2017 Eneco Holding N.V. (op splitsingsdatum 31 januari 2017 gewijzigd in Stedin Holding N.V. ) en daarmee verbonden vennootschappen vrijwaren voor:

  • alle aansprakelijkheden, claims en kosten geleden of te lijden door Stedin Holding N.V. en daarmee verbonden vennootschappen, indien en voor zover dergelijke aansprakelijkheden, claims en kosten betrekking hebben op de activiteiten of vennootschappen behorende tot de groep van N.V. Eneco Beheer en daarmee verbonden vennootschappen, ongeacht of de rechtsverhouding voor een dergelijke claim is ontstaan uit een relatie die betrekking heeft op een periode voor of na de splitsing;
  • regresrecht van derden op Stedin Holding N.V. of een daarmee verbonden vennootschap betrekking hebbend op verplichtingen, als in voorgaande alinea is bedoeld; en
  • belastingclaims die betrekking hebben op N.V. Eneco Beheer en daarmee verbonden vennootschappen.

Daarnaast is bepaald dat Stedin Holding N.V. voor een periode van 6 jaar gerekend vanaf 31 januari 2017, N.V. Eneco Beheer en daarmee verbonden vennootschappen zal vrijwaren voor:

  • alle aansprakelijkheden, claims en kosten geleden of te lijden door N.V. Eneco Beheer en daarmee verbonden vennootschappen, indien en voor zover dergelijke aansprakelijkheden, claims en kosten betrekking hebben op de activiteiten of vennootschappen behorende tot de groep van Stedin Holding N.V. en daarmee verbonden vennootschappen, ongeacht of de rechtsverhouding voor een dergelijke claim is ontstaan uit een relatie die betrekking heeft op een periode voor of na de splitsing;
  • regresrecht van derden op N.V. Eneco Beheer of een daarmee verbonden vennootschap betrekking hebbend op verplichtingen, als in voorgaande alinea is bedoeld, exclusief enige aansprakelijkheid, claim, kosten of regresrecht met betrekking tot de belastingzaken; en
  • belastingclaims die betrekking hebben op Stedin Holding N.V. en daarmee verbonden vennootschappen.
  1. Het 'Energiebedrijf' bestaat uit: Eneco groep N.V. (de nieuwe topholding van het Energiebedrijf vanaf 31 januari 2017) met al zijn dochterbedrijven en overige deelnemingen.

Transacties met verbonden partijen

Aan de Groep verbonden partijen zijn gelieerde maatschappijen (aandeelhouder en haar dochterondernemingen die geen onderdeel van de Eneco Groep N.V groep vormen), geassocieerde deelnemingen, joint ventures en tevens haar bestuurders.

De verkopen aan en inkopen van verbonden partijen hebben plaatsgevonden volgens voorwaarden die in het normale economische verkeer met derden gebruikelijk zijn. De vorderingen en schulden zijn niet zeker gesteld en zullen door bankbetalingen worden verrekend.

De specificatie van de handelstransacties met de belangrijkste verbonden partijen is als volgt:

Verkopen

Inkopen

2017

2016

2017

2016

Gelieerde maatschappijen

5

83

1

56

Geassocieerde deelnemingen

31

66

7

Joint ventures

2

1

Vorderingen

Verplichtingen

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Per 31 december 2017

Per 31 december 2016

Gelieerde maatschappijen

6

838

25

56

Geassocieerde deelnemingen

1

8

1

Joint ventures

44

Voor de bezoldiging van de bestuurders en commissarissen wordt verwezen naar toelichting 'Bezoldiging bestuurders en commissarissen'.

Indien bestuurders energieklant zijn van de Groep bestaat hiervoor geen andere relatie dan die van klant en leverancier op basis van algemeen gebruikelijke leveringsvoorwaarden onder marktconforme voorwaarden. De Groep past de vrijstelling toe om transacties met verbonden overheidsinstellingen niet toe te lichten. De gemeente Rotterdam heeft een indirecte invloed van betekenis. Naast de aandeelhoudersrelatie bestaat geen andere relatie dan die van klant en leverancier op basis van algemeen gebruikelijke leveringsvoorwaarden onder marktconforme condities.

Beheersing van financiële risico's

In het kader van de normale bedrijfsvoering wordt kredietrisico, (commodity-)marktrisico, valutarisico, renterisico en liquiditeitsrisico gelopen. Het beleid is erop gericht de negatieve gevolgen van onvoorziene omstandigheden op de financiële resultaten te minimaliseren.

De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de risicobeheersing en er zijn procedures en richtlijnen opgesteld die ten minste eenmaal per jaar worden geëvalueerd en indien nodig aangepast. In dit kader worden door haar de procedures en richtlijnen vastgesteld en ziet zij toe op de naleving. De bevoegdheden om namens de Groep verbintenissen aan te gaan zijn vastgelegd in het Corporate Authority Manual. Daarnaast zijn voor alle business units en haar management mandaten opgesteld die de benoemde risico’s beheersen zoals bijvoorbeeld bij het commodityrisico (elektriciteit, gas, warmte, emissierechten, groencertificaten en brandstoffen) voor de inkoop- en handelsafdeling van de Groep, de business units met energie- en warmteproductie en de verkoopkanalen van de Groep.

De Raad van Bestuur bespreekt periodiek met het (business unit-)management de ontwikkeling van de resultaten, kengetallen zoals de ontwikkeling van het werkkapitaal en de handelspositie, de belangrijkste risico’s (en eventuele concentratie van bepaalde risico’s) en de maatregelen om deze risico’s te beheersen. Op basis van belangrijke geïdentificeerde risico’s worden stress tests ontwikkeld en toegepast op de financiële meerjarenplanning. Hiermee wordt de impact van risico’s op de bedrijfsvoering inzichtelijk gemaakt. Elk jaar legt het (business unit-)management verantwoording af aan de Raad van Bestuur middels een ‘in control statement’.

Een intern Audit & Risk Committee, een Commodity Risk Committee en een Investment Risk Committee zien toe op de formulering en toepassing van het risicobeleid en adviseren de Raad van Bestuur hierover.

Kredietrisico

Kredietrisico is het risico dat een verlies ontstaat omdat de tegenpartij of de garantiesteller van de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan of zal voldoen. Voor de beheersing van dit risico wordt onderscheid gemaakt tussen debiteurenrisico en tegenpartijrisico (counterparty risico).

Debiteurenrisico

Debiteurenrisico is het risico dat een debiteur een vordering niet zal voldoen. De meeste vorderingen zijn van beperkte omvang en verdeeld over een zeer groot aantal debiteuren. Concentratie van risico is daarom niet aan de orde.

Het beleid is erop gericht om aan klanten geen andere kredieten te verstrekken dan normale leverancierskredieten zoals vastgelegd in de van toepassing zijnde leveringsvoorwaarden. Daarnaast is op decentraal niveau in de organisatie beleid geformuleerd. De effectiviteit van dat beleid wordt centraal gemonitord en zo nodig bijgestuurd.

Maatregelen die worden toegepast om het debiteurenrisico te beperken zijn:

  • een actief incassobeleid.
  • het gebruik van kredietlimieten, bankgaranties en/of margining (cash collateral) voor zakelijke partijen.
  • de inzet van incassobureaus en differentiatie in incassomethoden voor actuele en historische klanten.

De waarde van een vordering wordt volgens een voorgeschreven procedure aangepast. Deze is gebaseerd op de tijd dat de vordering openstaat en de kans dat deze niet volledig wordt voldaan. Voor de zakelijke klanten wordt dit aangevuld met een individuele beoordeling.

Tegenpartijrisico

Tegenpartijrisico is het risico dat een handelspartner niet aan haar leverings- of betalingsverplichtingen kan of zal voldoen. Dit risico heeft voornamelijk betrekking op de handel in energiecommodities (hieronder worden tevens begrepen emissierechten, groencertificaten en grondstof (‘feedstock’) voor onze biomassacentrales) en rente- en valuta-afdekkingstransacties. De basis voor de beheersing van dit risico is vastgelegd in het ‘Counterparty Mandaat’ en het ‘Treasury Statuut’, welke beide door de Raad van Bestuur zijn vastgesteld.

De omvang van het tegenpartijrisico wordt voornamelijk bepaald door de vervangingswaarde van de toekomstige leveringen en de geleverde commodity die nog niet betaald is. De vervangingswaarde wordt per tegenpartij dagelijks berekend op basis van de actuele marktprijzen voor toekomstige leveringen. De risicopositie wordt afgemeten aan de risicotolerantie. Deze tolerantie wordt per contractpartij vastgesteld op basis van een beoordeling van de kredietwaardigheid van die tegenpartij volgens een openbare of interne rating en/of andere beoordelingsmethodieken.

Het tegenpartijrisico wordt beperkt door:

  • stellen van een bepaalde financiële limietruimte gebaseerd op financiële sterkte counterparty. 
  • stellen van bepaalde handelsvolume restricties per tegenpartij (positiemanagement).
  • gebruik maken van gestandaardiseerde overeenkomsten, met name op basis van EFET- en ISDA-voorwaarden.
  • gebruik maken van margining en clearing via een derde partij.
  • gebruik maken van bilaterale margining overeenkomsten met tegenpartijen.
  • uitvoeren van risico reducerende transacties met tegenpartijen waar onderling elkaar (deels) opheffende posities uitstaan.
  • vragen van additionele zekerheden aan tegenpartijen, zoals bankgaranties.
  • eventueel afsluiten van kredietverzekeringen voor de afdekking van exposures buiten de limieten.

Margining en clearing via een derde partij vindt plaats bij het gebruik van futures. Hierbij wordt het tegenpartijrisico van een termijncontract overgedragen aan een clearingbank. Deze bank is aangesloten bij het clearinghuis dat faciliteert in de afwikkeling van futures transacties via de handelsbeurzen, zoals ICE ENDEX (InterContinental Exchange European Energy Derivatives Exchange N.V.), EEX (European Energy Exchange A.G.) en ECX (European Climate Exchange). Het clearinghuis verrekent dagelijks tussentijdse marktwaardeveranderingen met zijn clearingbanken, die dat op hun beurt weer verrekenen met de betrokken handelspartijen (margin calls). Hierdoor wordt voor de contractpartijen het tegenpartijrisico op elkaar geneutraliseerd. Bilaterale margining impliceert eenzelfde dagelijkse verrekening, maar dan rechtstreeks met de tegenpartij van de transactie. In het contract met de tegenpartij wordt een initiële minimale waarde (threshold) afgesproken, bilaterale margining wordt alleen toegepast wanneer deze threshold overschreden wordt.

Door de margining systematiek ontstaat liquiditeitsrisico (liquidity risk). Het risicobeleid is gericht op het bewaken en op elkaar afstemmen van het tegenpartijrisico door handel in forwards enerzijds en het liquiditeitsrisico door margining anderzijds. Voor de beheersing van beide risico’s bestaat een systeem waarmee interne limieten worden bewaakt op basis van periodieke rapportages.

Het maximale kredietrisico is gelijk aan de balanswaarde van de financiële activa met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.

Saldering van financiële activa en financiële verplichtingen

Financiële activa en financiële verplichtingen worden gesaldeerd en als nettobedrag in de balans opgenomen voor zover de Groep voldoet aan de IFRS-criteria voor saldering. Voor de transacties in afgeleide financiële instrumenten worden gestandaardiseerde contractvoorwaarden en contracttypen gebruikt zoals de ‘master netting’-overeenkomsten op basis van de ISDA- en EFET- voorwaarden. De meeste contracten voor afgeleide financiële instrumenten van de Groep voldoen aan de salderingscriteria. Enerzijds omdat een in rechte afdwingbaar recht bestaat om de verantwoorde bedragen te mogen salderen en daarnaast omdat alle bedragen met betrekking tot gesaldeerde financiële activa en financiële verplichtingen in één bedrag worden afgewikkeld.

De tabel hieronder geeft alleen de financiële activa en financiële verplichtingen weer die zijn gesaldeerd in de geconsolideerde balans in overeenstemming met de salderingscriteria van IAS 32. Doordat in deze tabel niet alle in de balans vermelde financiële activa en verplichtingen zijn verwerkt, is geen aansluiting mogelijk met de nettobedragen zoals gepresenteerd in de balans.

Per 31 december 2017

Brutobedragen van opgenomen financiële activa

Brutobedragen van opgenomen financiële activa/verplichtingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële activa gepresenteerd in de balans

Activa

Afgeleide financiële instrumenten

1.046

801

245

Overige vorderingen

840

657

183

1.886

1.458

428

Brutobedragen van opgenomen financiële verplichtingen

Brutobedragen van opgenomen financiële activa/verplichtingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële verplichtingen gepresenteerd in de balans

Verplichtingen

Afgeleide financiële instrumenten

1.012

801

211

Overige schulden

1.097

657

440

2.109

1.458

651

Per 31 december 2016

Brutobedragen van opgenomen financiële activa

Brutobedragen van opgenomen financiële activa/verplichtingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële activa gepresenteerd in de balans

Activa

Afgeleide financiële instrumenten

1.322

1.077

245

Overige vorderingen

1.514

518

996

2.836

1.595

1.241

Brutobedragen van opgenomen financiële verplichtingen

Brutobedragen van opgenomen financiële activa/verplichtingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële verplichtingen gepresenteerd in de balans

Verplichtingen

Afgeleide financiële instrumenten

1.262

1.077

185

Overige schulden

1.997

518

1.479

3.259

1.595

1.664

Financieringsinstrumenten en tegenpartijrisico bij het uitzetten van gelden

De wijze waarop de financieringsinstrumenten worden beheerd is vastgelegd in het Treasury Statuut dat is vastgesteld door de Raad van Bestuur. Bij het opnemen van gelden is het tegenpartijrisico zeer beperkt. Bij het uitzetten van gelden wordt rekening gehouden met de risicotolerantie zoals deze in het Treasury Statuut is geformuleerd. De risicopositie met een tegenpartij wordt afgemeten aan de risicotolerantie. Deze tolerantie wordt per contractpartij vastgesteld op basis van een beoordeling van de kredietwaardigheid van die tegenpartij volgens een openbare credit rating. Het tegenpartijrisico wordt verder beperkt door spreiding over meerdere partijen, vastgestelde limieten per tegenpartij en maximale looptijden voor uitzettingen.

Het tegenpartijrisico voor financiële instrumenten (swapcontracten) wordt beperkt door:

  • het gebruik van raamovereenkomsten op basis van ISDA-voorwaarden;
  • procedures voor periodieke beoordeling van het tegenpartijrisico; en
  • margining als gevolg van overeengekomen credit support agreements.

Door de margining systematiek op basis van credit support agreements ontstaat liquiditeitsrisico (liquidity risk). Het risicobeleid is gericht op het bewaken van dit liquiditeitsrisico op basis van periodieke rapportages.

Marktrisico

Marktrisico is het risico dat wordt gelopen over waardeveranderingen in huidige of toekomstige kasstromen en financiële instrumenten die het gevolg zijn van veranderingen in marktprijzen, marktrente en wisselkoersen.

Prijsrisico

Prijsrisico’s op de energie opwek-, inkoop- en leveringsportefeuilles worden beheerst door een ingerichte structuur van mandaten en limieten welke zijn vastgesteld door de Raad van Bestuur. Hierbij worden positielimieten, MtM-limieten, value-at-risk maatstaven (VaR)1 en stop-loss limieten ingezet, waarbij per activiteit wordt bepaald welke limieten het beste gebruikt kunnen worden om de risico’s te beheersen. Dagelijks wordt aan de riskmanagers en de energiehandelaren gerapporteerd over zowel de VaR als de MtM en de posities in relatie tot de afgegeven limieten. Limietoverschrijdingen worden gerapporteerd conform de daartoe ingestelde escalatie procedures.

Het marktprijsrisico op de commodityportefeuilles voor inkoop en levering aan klanten wordt in de eerste plaats beperkt door back-to-back-transacties voor inkoop- en verkoopverplichtingen, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van afgeleide financiële instrumenten. Waar back-to-back hedging niet mogelijk is, of alleen tegen excessief hoge transactiekosten, wordt gebruik gemaakt van gestructureerde hedging strategieën. Bij dit laatste worden de posities tijdelijk afgedekt in andere commodities, leveringstijdvakken en/of landen die historisch gezien een sterke correlatie hebben met de af te dekken prijsrisico's. Verder wordt onder meer gebruikt gemaakt van gasopslag en andere mogelijkheden uit eigen en gecontracteerde posities, om in te spelen op vraag- en aanbodschommelingen op de kortere termijn, bijvoorbeeld vanwege weersinvloeden.

Het marktprijsrisico op de 'must run' eigen opwek en de langjarige ('structured') commodity inkoopcontracten wordt eveneens beperkt door back-to-back-transacties en 'structured hedging' strategieën zoals hierboven beschreven. Voor de stuurbare opwek in het portfolio wordt een afweging gemaakt van de verwachte opbrengsten versus de kosten en neerwaarts risico. Hierbij dient aangetekend te worden dat voor exposures die verder in de toekomst liggen er geen liquide energiehandelsmarkt is en deze uit dien hoofde moeilijk tot niet afdekbaar zijn.

De via de markten in te dekken posities uit bovenstaande activiteiten worden samengebracht, zodat de netto exposure van de Groep op actuele basis inzichtelijk is. Bij het beheer en de strategiebepaling ten aanzien van deze posities worden de vigerende marktomstandigheden in ogenschouw genomen, alsmede de verwachte vraag naar en aanbod van energie vanuit de Groep op korte en middellange termijn. Vanwege de inherent bestaande imperfecties tussen af te dekken posities en beschikbare hedge instrumenten, beperkte marktliquiditeit en veranderingen in commodityprijzen ten opzichte van elkaar (bijvoorbeeld tussen verschillende commodities, leveringstijdvakken en/of landen) blijft er een restrisico bestaan bij de bovengenoemde activiteiten.

De VaR (jaarbasis) van het prijsrisico op het totaal van commodity posities (inkoop-, klantenbelevering- en opwek-portfolioposities) voor het komende leveringsjaar 2018 bedroeg per 31 december 2017 € 15 mln. (31 december 2016 - voor het leveringsjaar 2017 - € 16 mln.). Deze VaR bedroeg gemiddeld in 2017 € 15,5 mln. (2016: € 14,5 mln.). De VaR (10 dagen) voor portfolio posities die op korte termijn via de markt afdekbaar zijn bedroeg per 31 december 2017 € 1,2 mln. (31 december 2016: € 2,0 mln.). Deze VaR bedroeg gemiddeld in 2017 € 1,8 mln. (2016: € 1,7 mln.).

Vreemde valutarisico

Vreemde valutarisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten als gevolg van koersveranderingen in vreemde valuta. De Treasury afdeling is verantwoordelijk voor de beheersing van de andere valutarisico’s van de Groep. In de consolidatie opgenomen vennootschappen mogen zonder instemming van de Treasury afdeling geen open posities (exclusief commoditygerelateerde financiële instrumenten) in vreemde valuta aanhouden die groter zijn dan € 250.000. Op basis van de totale positie in een vreemde valuta en de bijbehorende vastgestelde limiet voor open posities bepaalt de Treasury afdeling of hedging gewenst is en welke strategie daarbij zal worden gevolgd. Valutarisico’s verbonden aan de commoditygerelateerde financiële instrumenten worden overeenkomstig het prijsrisico beheerst.

De gevoeligheid van de koersmutatie voor GBP/Euro voor de Reserve translatieverschillen binnen het eigen vermogen in 2017 bij 1% koersverandering bedraagt € 0,7 mln. (2016: € 2,6 mln.).

Renterisico

Renterisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten als gevolg van een renteverandering in de markt. Het renterisico wordt beheerst door de Treasury afdeling. Het renterisicobeleid is gericht op het beheersen van de netto financieringslasten door fluctuaties in de marktrente. Hiertoe wordt uitgegaan van een bepaalde bandbreedte voor de verhouding tussen vast en variabel rentende leningen. De Groep kan gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten zoals renteswapcontracten om het gewenste risicoprofiel te bereiken. Indien alle overige variabelen constant blijven, zal een algemene stijging van Euribor (voor een periode van twaalf maanden) met 1%-punt naar schatting leiden tot een daling van het resultaat vóór belastingen met € 1,6 mln. (2016: € 0,1 mln.).

  1. De VaR representeert het potentiële verlies van een negatief scenario op een portefeuille over een bepaalde tijdsperiode, uitgaande van een betrouwbaarheidsinterval grens van 95%. VaR-calculaties zijn gebaseerd op een prijshistorie en omvatten onder meer correlaties tussen producten, markten en tijdsperiodes. Door middel van backtesting worden de berekende VaR-waarden en het gebruikte model gecontroleerd.

Liquiditeitsrisco

De Groep is een kapitaalintensief bedrijf. Het financieringsbeleid is vanaf de splitsing per 31 januari 2017 erop gericht om te groeien naar een optimale financieringsstructuur, rekening houdend met de huidige activa-basis en het investeringsprogramma, en deze te onderhouden en verder te ontwikkelen. Uitgangspunten zijn toegang tot de kapitaalmarkt en flexibiliteit tegen acceptabele financieringskosten en -voorwaarden.

Financieringen worden voornamelijk decentraal aangetrokken voor duurzame activa, voor zover dit bijdraagt aan de realisering van het project en de decentrale financiering tegen acceptabele financieringskosten en - voorwaarden afgesloten kan worden.

Ten behoeve van de 'sourcing' voor haar energielevering koopt de Groep, naast de eigen opwek, tevens energie in via gestandaardiseerde fysieke leveringscontracten en gestructureerde langjarige inkoopcontracten met derden. Hierbij worden met tegenpartijen afspraken gemaakt over onderling te verstrekken garanties en zekerheden. De hoogte hiervan is deels afhankelijk van de kredietwaardigheid van partijen en de op elkaar gelopen (‘Marked-to-Market’) exposures vanwege prijsontwikkelingen op de energiemarkten. In het geval van een neerwaartse bijstelling van het kredietwaardigheidsniveau van de Groep kan dit, zonder aanvullende maatregelen ter mitigatie, mogelijk leiden tot een significante toename in de kapitaalbehoefte door zekerheidsstellingen.

Een specifiek liquiditeitsrisico vloeit voort uit margining van energiecontracten via clearinghuizen en contracten met een bilaterale marginverplichting. Voor de beheersing van dit risico zijn limieten in het mandaat vastgesteld voor zowel het openstaande saldo als de gevoeligheid voor prijsmutaties. Hierover wordt periodiek gerapporteerd aan het (business unit) management en in geval van materiële wijzigingen aan het Commodity Risk Committee en de Raad van Bestuur. De gevoeligheid van de margin call bij een prijsverandering van 1% bedraagt per ultimo 2017 € 0,7 mln. (2016: € 0,7 mln.). Per ultimo 2017 is er door de Groep in totaal € 47 mln. gestort (2016: € 14 mln.).

Om te voorkomen dat de Groep niet in staat is te voldoen aan haar financiële verplichtingen wordt groot belang gehecht aan het beheersen van alle hiervoor vermelde risico’s en hiervoor zijn de nodige stuur-rapportages, -applicaties en back-up faciliteiten ingericht. Daarnaast wordt de liquiditeitsbehoefte gepland op basis van kasstroomprognoses die tevens een middellange horizon hebben. Deze kasstroomprognoses omvatten onder meer operationele kasstromen, investeringskasstromen, dividenden, te betalen interest en aflossing van schulden. Specifiek neemt de Groep daarbij de periodiciteit van haar kasstroom in ogenschouw, waarbij zij tevens rekening houdt met de gevoeligheid voor weersinvloeden. De vermogensbehoefte wordt door de Treasury afdeling afgezet tegenover de beschikbare middelen. Maandelijks wordt hierover gerapporteerd aan de Raad van Bestuur.

Niet-gecommitteerde krediet- en garantiefaciliteiten

Bij een aantal banken zijn niet-gecommitteerde krediet- en garantiefaciliteiten overeengekomen ter grootte van in totaal € 435 mln. (2016: € 439mln.). Hiervan is € 75 mln. getrokken per ultimo 2017 (2016: € 90 mln.). Daarnaast heeft Eneco de beschikking over een Euro Commercial Paper programma van € 750 mln. waaronder eind 2017 niet getrokken is. Dit programma is opgezet in 2017.

Gecommitteerde krediet- en brugfaciliteiten

Vanaf de splitsingsdatum, 31 januari 2017, heeft Eneco de beschikking over een gecommitteerde Revolving Credit Facility (‘RCF’). De € 500 mln. gecommitteerde RCF kredietfaciliteit is in juli 2017 vervangen door een € 600 mln. gecommitteerde RCF kredietfaciliteit met een looptijd van 5 jaar.

Uitgaande kasstromen financiële instrumenten

De specificatie van de verwachte uitgaande nominale kasstromen met eventuele rente van financiële instrumenten gedurende de komende jaren is hieronder opgenomen. De kasstromen van de derivaten zijn gebaseerd op de prijzen en volumes in de contracten.

Per 31 december 2017

Binnen 1 jaar

Van 1 tot 5 jaar

Na 5 jaar

Totaal

Afgeleide financiële instrumenten

7

10

17

Rentedragende schulden

282

284

168

734

Handelscrediteuren en overige schulden

1.224

34

83

1.341

Totaal

1.513

328

251

2.092

Per 31 december 2016

Binnen 1 jaar

Van 1 tot 5 jaar

Na 5 jaar

Totaal

Afgeleide financiële instrumenten

3

13

7

23

Rentedragende schulden

40

238

179

457

Handelscrediteuren en overige schulden

954

15

95

1.064

Totaal

997

266

281

1.544

Kapitaalmanagement

Het primaire doel van het kapitaalbeheer van de Groep is de instandhouding van een goede kredietwaardigheid en een gezonde solvabiliteit als ondersteuning van de activiteiten en het minimaliseren van de kostenvoet voor vreemd vermogen. De Groep beschouwt zowel kapitaal als ook netto schuld als relevante onderdelen van haar financiering en derhalve van haar kapitaalbeheer. De Groep kan haar kapitaalstructuur beïnvloeden door de wijziging van de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. De netto-rentedragende schulden (exclusief die van beëindigde bedrijfsactiviteiten) zijn gedefinieerd als de lang- en kortlopende rentedragende schulden verminderd met de liquide middelen.

De Groep bewaakt haar kapitaal met behulp van het 'Financieel Sturingskader'. Hierin wordt de ratio voor het groepsvermogen/ totaal vermogen periodiek gemonitord door de Raad van Bestuur. Ultimo 2017 bedraagt deze ratio 50,7% (per 31 december 2016: 61,5%.

Gebeurtenissen na balansdatum

  • Eneco heeft op 8 januari jl. besloten om de helft van het aandeel in het - nog te bouwen - windpark Borssele III & IV over te dragen aan een Zwitserse investeringsmaatschappij. Door middel van de verkoop verlaagt Eneco haar aandeel van 20 naar 10 procent, dit heeft echter geen gevolgen voor de afgesloten afnamecontracten.
  • Op 27 januari 2018 is de financieringsovereenkomst, die is afgesloten in januari 2017 tussen Stedin Holding N.V. en N.V. Eneco Beheer (als onderdeel van de splitsingsovereenkomst), verkocht aan een bancaire instelling voor een bedrag van € 0,2 mld.
sVorige paragraaf:
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening
sVolgende paragraaf:
Toelichting op het geconsolideerd kasstroomoverzicht