Grondslagen voor de financiële verslaggeving

 

Algemene informatie

Eneco Groep N.V. (‘de vennootschap’) is op 12 december 2016 opgericht door destijds Eneco Holding N.V. (thans Stedin Holding N.V.) met als doel om na de splitsing de topvennootschap van N.V. Eneco Beheer te worden. Hiertoe heeft op 30 januari 2017 een informele kapitaalstorting plaatsgevonden in Eneco Groep N.V. door middel van het inbrengen van de aandelen van N.V. Eneco Beheer tegen boekwaarde. Deze transactie wordt aangemerkt als een ‘bedrijfscombinatie onder gemeenschappelijke leiding’ en wordt beschouwd als een voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van N.V. Eneco Beheer. Vanuit geconsolideerd perspectief heeft Eneco Groep N.V. ervoor gekozen de 'pooling of interests'-methode toe te passen en ‘carry over accounting’ voor het vennootschappelijke deel. In toelichting 24 ‘Groepsvermogen’ wordt de verwerkingswijze van deze gekozen methoden nader uiteengezet.

Eneco Groep N.V. is een vennootschap naar Nederlands recht, statutair gevestigd te Rotterdam en houdstermaatschappij van dochterondernemingen, deelnemingen in joint operations en joint ventures alsmede geassocieerde deelnemingen (deze gezamenlijk aangeduid als 'Eneco' of ‘Groep’). De vennootschap is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 67470041.

Vanuit haar missie ‘duurzame energie van iedereen’ investeert de Groep in de verdere verduurzaming van de energieketen met als doel energie ook op langere termijn schoon, leverbaar en betaalbaar te houden voor onze klanten. De Groep richt zich op innovatieve energiediensten en producten. Hiermee kunnen klanten energie besparen, zelf of samen duurzame energie opwekken en energie terugleveren aan het energienet. Daartoe worden nieuwe diensten ontwikkeld die vorm en inhoud geven aan de energietransitie, onder meer via het platform Toon®, innovatieve flexdiensten en diensten gericht op energiebesparing. De Groep is behalve in Nederland ook actief in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Tot 1 juli 2016 verzorgde de Groep het transport van energie (elektriciteit en gas). Deze activiteiten zijn afgestoten buiten de Groep ten behoeve van de splitsing van destijds Eneco Holding N.V. (thans Stedin Holding N.V.) in een energie- en netwerkbedrijf. Deze netwerkactiviteiten zijn als een dividend in natura uitgekeerd aan aandeelhouder Stedin Holding N.V..

De belangrijkste strategische samenwerkingsverbanden betreffen deelnemingen, participaties en lidmaatschappen in windparken, zowel onshore als offshore, in startups en in coöperaties. Enkele voorbeelden hiervan zijn de gezamenlijke investeringen met Mitsubishi Corporation in het offshore windpark Luchterduinen dat in 2016 in gebruik is genomen en het offshore windpark in ontwikkeling Norther voor de Belgische kust. Daarnaast neemt de Groep deel in de energiecentrale Enecogen VOF, in energiebedrijf Groene Energie Administratie B.V. (Greenchoice) en vanaf 2017 in het Duitse Next Kraftwerke GmbH, exploitant van een virtuele energiecentrale ('Virtual Power Plant').

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld door de Raad van Bestuur van de vennootschap. De jaarrekening 2017 is ondertekend door de Raad van Bestuur in de vergadering van 16 februari 2018 en zal op 28 maart 2018 ter vaststelling worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Tenzij anders vermeld, zijn alle bedragen opgenomen in de jaarrekening in miljoenen euro.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de per 31 december 2017 geldende International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Commissie, en Titel 9 Boek 2 BW. Waar noodzakelijk zijn waarderingsgrondslagen van joint operations, joint ventures en geassocieerde deelnemingen in overeenstemming gebracht met die van Eneco Groep N.V.. De geconsolideerde jaarrekening is met toepassing van het continuïteits- en het toerekeningsbeginsel opgesteld. Vanaf 1 januari 2017 is naar aanleiding van een herbeoordeling op grond van IFRS 11 ‘Joint Arrangements’ een
50%-participatie in een samenwerkingsverband niet langer als een joint operation verantwoord in de geconsolideerde jaarrekening, maar als een joint venture.

De vennootschappelijke winst- en verliesrekening is op grond van artikel 402, Titel 9 Boek 2 BW in beknopte vorm weergegeven.

Nieuwe of gewijzigde IFRS-standaarden

De volgende wijzigingen in een bestaande IFRS-standaard die door de Europese Commissie zijn goedgekeurd per 1 januari 2017, zijn relevant voor Eneco en in voorkomende situaties toegepast bij het opstellen van deze jaarrekening:

  • IAS 7 ‘Statement of Cash Flows’: dit betreft een wijziging in het kader van het IASB-project ‘Disclosure Initiative’ dat gaat over de herziening van de toelichting in de jaarrekening. Deze wijzigingen in IAS 7 zijn bedoeld om gebruikers van de jaarrekening meer inzicht te geven in de mutaties gedurende het boekjaar die zijn gerelateerd aan de schulden die voortvloeien uit de financieringsactiviteiten van het bedrijf. Voor zover inhoudelijk van toepassing dienen de volgende mutaties in deze schulden te worden toegelicht in de jaarrekening: 1) mutaties in de financieringskasstromen, 2) mutaties die voortvloeien uit het verkrijgen of verliezen van ‘control’ over een dochteronderneming of andere bedrijfsactiviteiten, 3) mutaties als gevolg van veranderingen in de vreemde valutakoersen, 4) veranderingen in reële waarden, en 5) overige mutaties. Daartoe is in toelichting 27 (‘Rentedragende schulden’) informatie verstrekt over de mutaties in de schulden die voortvloeien uit de financieringsactiviteiten. In verband met de prospectieve toepassing van deze wijzigingen in IAS 7 is deze toelichting niet voor 2016 opgenomen.

De volgende nieuwe IFRS-standaarden die door de Europese Commissie zijn goedgekeurd, maar nog niet verplicht van toepassing in 2017, zijn relevant voor Eneco en zullen worden toegepast vanaf 1 januari 2018:

  • IFRS 9 ‘Financial Instruments’: deze standaard stelt een alomvattend kader voor de classificatie, presentatie, opname en waardering voor alle financiële activa en financiële verplichtingen. Daarmee vervangt deze standaard de bestaande regelgeving in IAS 39 ‘Financial Instruments: Recognition and Measurement’. IFRS 9 is effectief voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2018, met de mogelijkheid tot eerdere invoering van de standaard, waar de Groep geen gebruik van heeft gemaakt.
    Eneco heeft een analyse uitgevoerd van de potentiële invloed op de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van de toepassing van deze standaard.
    - De gewijzigde bepalingen voor de classificatie van financiële activa en verplichtingen zullen de geconsolideerde cijfers van Eneco niet materieel beïnvloeden.
    - De impact van ‘impairment’ op debiteuren zal beperkt zijn door het grote aantal relatief kleine debiteurenvorderingen, wat zorgt voor spreiding van het risico, in combinatie met de continuering van de huidige (stringente) beoordelingscriteria en -processen voor de debiteurenportefeuille in zijn totaliteit. Het toepassen onder IFRS 9 van de ‘expected loss approach’ in plaats van de ‘incurred loss approach’ kan mogelijk leiden tot het eerder treffen van een debiteurenvoorziening. Dit leidt dan tot een verschuiving van deze lasten tussen boekjaren waarvan de impact op de geconsolideerde cijfers niet materieel is.
    - De bepalingen voor hedge accounting zijn in IFRS 9 aangepast om beter aan te sluiten bij het risicobeleid van ondernemingen en deze zijn minder rigide. Aangezien Eneco onder IAS 39 ook hedge accounting toepast, zal naar verwachting de invoering van de nieuwe standaard geen materiële invloed hebben op de geconsolideerde cijfers.
  • IFRS 15 ‘Revenue from Contracts with Customers’: deze standaard geeft een raamwerk voor verantwoording van opbrengsten. Deze nieuwe standaard vervangt de bestaande regelgeving ten aanzien van opbrengstverantwoording, met inbegrip van IAS 18 'Revenue’, IAS 11 'Construction Contracts’ en IFRIC 18 'Transfers of Assets from Customers’. IFRS 15 is effectief voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2018, met de mogelijkheid tot eerdere invoering van de standaard, waar de Groep geen gebruik van heeft gemaakt. Eneco heeft een analyse uitgevoerd van de potentiële invloed op de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van de toepassing van deze standaard. De gebieden die onderzocht zijn, zijn aansluit- en transportvergoedingen, kortingen, belastingen, overige wettelijke vergoedingen, samengestelde contracten en bouwcontracten en of Eneco wordt beschouwd als de agent of principaal voor deze inkomsten. Hoewel de implementatie van IFRS 15 impact zal hebben op een aantal van deze gebieden, zal het effect beperkt zijn in verhouding tot de totale opbrengsten van de Groep.
  • IFRS 16 'Leases': volgens deze standaard vervalt voor lessees het onderscheid tussen operating en finance leases en is off balance accounting in geval van operating leases niet langer toegestaan. Van bedrijfsmiddelen waarover de beschikkingsmacht bestaat op basis van een operating lease dient het gebruiksrecht op de balans te worden geactiveerd. Daartegenover staat een passivering van de leaseverplichting. Bedrijfsmiddelen met een waarde minder dan USD 5.000 of met een leasetermijn korter dan 12 maanden zijn binnen IFRS 16 vrijgesteld van activering. Deze nieuwe standaard vervangt de bestaande regelgeving in IAS 17 'Leasing'. IFRS 16 is effectief voor de boekjaren die starten op of na 1 januari 2019, met de mogelijkheid tot eerdere uitvoering van de standaard, waar de Groep geen gebruik van zal maken. De Groep zal de analyse van de potentiële invloed op de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van de toepassing van deze standaard naar verwachting in de eerste helft van 2018 afronden.

Overige nieuwe IFRS-standaarden, wijzigingen in bestaande standaarden en nieuwe interpretaties die op latere boekjaren van toepassing zullen zijn en/of nog niet zijn goedgekeurd door de Europese Commissie en/of niet relevant zijn voor de Groep, zijn niet nader toegelicht in deze jaarrekening.

Grondslagen voor de consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat Eneco Groep N.V., haar dochterondernemingen en het proportionele deel van haar joint operations, alsmede niet-geconsolideerde joint ventures, geassocieerde deelnemingen en overige kapitaalbelangen.

Dochterondernemingen

Een dochteronderneming is een onderneming waarover de vennootschap beslissende zeggenschap heeft. Dit houdt in dat de vennootschap direct dan wel indirect de financiële en operationele bedrijfsvoering van die onderneming beheerst met als doel economische voordelen te verkrijgen uit de activiteiten van die onderneming. Zeggenschap is gebaseerd op het feit of de investeerder (1) overheersende zeggenschap heeft over de entiteit, (2) onderhevig is aan, en rechten heeft op, variabele rendementen uit de investering in de entiteit en (3) de mogelijkheid heeft om zijn overheersende zeggenschap te gebruiken om het bedrag van deze rendementen te beïnvloeden. Over het algemeen heeft de vennootschap meer dan de helft van de aandelen van haar dochterondernemingen.

De jaarrekening van een dochteronderneming wordt volgens de integrale consolidatiemethode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum dat beslissende zeggenschap is verworven tot het moment dat die beslissende zeggenschap niet meer bestaat. Bij de bepaling of sprake is van beslissende zeggenschap worden ook potentiële stemrechten meegenomen die onmiddellijk kunnen worden uitgeoefend. Volgens de integrale consolidatiemethode worden in de geconsolideerde jaarrekening de activa, verplichtingen, baten en lasten van dochterondernemingen voor 100% opgenomen. Intercompany-balansposities, -transacties en -resultaten op dergelijke transacties tussen dochterondernemingen worden geëlimineerd.

Minderheidsbelangen (aandeel derden) bestaan uit het kapitaalbelang toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders van de reële waarde van de activa en passiva die identificeerbaar waren bij de overname van een dochteronderneming en het minderheidsbelang in de veranderingen van het eigen vermogen die daarna hebben plaatsgevonden. Minderheidsbelangen van derden in het eigen vermogen en het resultaat van dochterondernemingen worden afzonderlijk gepresenteerd.

Joint operations / Joint ventures

Joint operations en joint ventures zijn ondernemingen voor samenwerkingsverbanden, waarvoor contractueel met één of meerdere partijen is overeengekomen, dat zij gezamenlijke beslissende zeggenschap hebben over die onderneming. Hierbij wordt onder een joint operation (‘gezamenlijke bedrijfsactiviteit’) verstaan een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de overeenkomst hebben, recht hebben op de activa en aansprakelijk zijn voor de verplichtingen die verband houden met de overeenkomst. Een joint venture is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de overeenkomst hebben, rechten op de netto-activa van de overeenkomst hebben.

Alleen het aandeel van de Groep in activa, verplichtingen, baten en lasten in joint operations worden geconsolideerd op basis van de waarderingsgrondslagen van de Groep. Joint ventures worden op basis van de 'equity method' opgenomen volgens de waarderingsgrondslagen van de Groep. Belangen in joint operations en joint ventures worden opgenomen vanaf de datum dat gezamenlijke zeggenschap is verkregen tot het moment dat die gezamenlijke zeggenschap niet meer bestaat.

Geassocieerde deelnemingen

Een geassocieerde deelneming is een onderneming waarop invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het financiële en operationele beleid, maar waarbij geen beslissende zeggenschap aanwezig is. Over het algemeen betreft dit een aandeel van 20% tot 50% van de stemrechten in de geassocieerde deelneming. Het aandeel in geassocieerde deelnemingen wordt in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de 'equity method'. Hierbij vindt eerste opname plaats tegen de verkrijgingsprijs van de deelneming. Vervolgens wordt de boekwaarde aangepast met het aandeel in het resultaat en verminderd met de ontvangen dividenden. De verkrijgingsprijs van een deelneming is het bedrag waarvoor de deelneming door Eneco is verworven. Als dit bedrag groter is dan de waarde van de overgenomen netto identifi­ceerbare activa, dan omvat dit bedrag mogelijk ook goodwill. Geassocieerde deelnemingen worden opgenomen vanaf het moment dat invloed van betekenis is verworven tot het moment dat die invloed niet meer bestaat. Resultaten van transacties met geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd naar rato van het kapitaalbelang in de geassocieerde deelneming. Eventuele bijzondere waardeverminderingen van geassocieerde deelnemingen worden niet geëlimineerd.

Verliezen op geassocieerde deelnemingen worden verwerkt tot het bedrag van de netto-investering in de deelneming, waarin naast de boekwaarde ook eventueel verstrekte leningen aan de deelneming zijn begrepen. Voor het aandeel in verdere verliezen wordt alleen een voorziening opgenomen indien de Groep zich daarvoor aansprakelijk heeft gesteld.

Overige kapitaalbelangen

Overige kapitaalbelangen zijn investeringen in ondernemingen waarin de Groep een belang heeft en geen beslissende zeggenschap of invloed van betekenis kan uitoefenen. Deze belangen worden gewaardeerd tegen reële waarde en mutaties in deze waarde worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien de reële waarde niet betrouwbaar te bepalen is, wordt het kapitaalbelang gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Dividenden worden verantwoord in het resultaat op het moment dat deze opeisbaar zijn.

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Hierna worden de belangrijkste grondslagen voor waardering en resultaatbepaling samengevat die zijn gehanteerd bij het opstellen van de jaarrekening 2017.

Eneco Groep N.V. heeft vanaf 2017 een consolidatieplicht en past de waarderingsgrondslagen toe in overeenstemming met de IFRS standaarden, met uitzondering van invloeden van nieuw toegepaste en gewijzigde standaarden, zoals vermeld in paragraaf 1.2 'Nieuwe of gewijzigde IFRS-standaarden'. Ten behoeve van de vergelijkbaarheid zijn de cijfers voorgaand boekjaar opgenomen volgens de 'pooling of interests'-methode.

Oordelen, schattingen en veronderstellingen

Het opmaken van een jaarrekening brengt mee dat het management oordelen, schattingen en veronderstellingen toepast die van invloed zijn op de verantwoorde bedragen en op de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Dit betreft in het bijzonder de opbrengst van verkopen aan kleinverbruikers, de gebruiksduren van (im)materiële vaste activa, de bepaling van de reële waarde van de relevante activa en verplichtingen, bijzondere waardeverminderingen van activa en de omvang van voorzieningen. De toegepaste oordelen, schattingen en veronderstellingen zijn gebaseerd op marktgegevens, kennis, ervaring uit het verleden en andere factoren die onder de gegeven omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De werkelijke resultaten kunnen echter afwijken van de gemaakte schattingen. Toegepaste oordelen, schattingen en veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Schattingswijzigingen worden verwerkt in de periode waarin de schattingen worden herzien indien de wijzigingen alleen op deze periode betrekking hebben. Indien de schattingswijziging tevens betrekking heeft op toekomstige perioden vindt wijziging prospectief plaats in de hiervoor relevante perioden. Eventuele bijzonderheden ten aanzien van toegepaste oordelen, schattingen en veronderstellingen zijn hierna opgenomen bij de toelichtingen van de resultaat- en balansposten.

Bijzondere waardevermindering van activa

Van een bijzondere waardevermindering is sprake indien de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde van een actief is gelijk aan de hoogste van de verkoopprijs minus verkoopkosten of de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde van een actief wordt bepaald op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. Deze contante waarde wordt berekend met een disconteringsvoet vóór belastingen waarin de tijdswaarde van geld en de specifieke risico’s van het actief tot uitdrukking komen. Voor activa die niet zelfstandig kasstromen genereren en afhankelijk zijn van de kasstromen van andere activa of groepen van activa, wordt de realiseerbare waarde bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid waarvan de betreffende activa deel uitmaken.

Een kasstroomgenererende eenheid is de kleinst identificeerbare groep activa die zelfstandig kasstromen genereert die grotendeels onafhankelijk zijn van de kasstromen uit andere activa of groepen van activa. Kasstroomgenererende eenheden worden onderscheiden op basis van de economische samenhang tussen activa en het genereren van externe kasstromen en niet op basis van afzonderlijke juridische entiteiten.

Goodwill wordt bij eerste vaststelling toegewezen aan een of meerdere kasstroomgenererende eenheden, in overeenstemming met de wijze waarop intern de goodwill door het management wordt beoordeeld.

Halfjaarlijks wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Als een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde bepaald voor het betreffende actief of de kasstroomgenererende eenheid. Voor goodwill wordt jaarlijks de realiseerbare waarde bepaald.

Als de boekwaarde van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen activa hoger is dan de realiseerbare waarde wordt de boekwaarde tot de realiseerbare waarde teruggebracht. Deze bijzondere waardevermindering wordt ten laste van het resultaat gebracht. Een bijzondere waardevermindering van een kasstroomgenererende eenheid wordt eerst in mindering gebracht op de goodwill die aan de desbetreffende eenheid (of groepen van eenheden) is toegewezen en vervolgens naar rato in mindering gebracht op de boekwaarde van de overige activa van de betreffende eenheid (of groepen van eenheden).

Een eerder verantwoorde bijzondere waardevermindering kan worden teruggenomen ten gunste van het resultaat als de oorzaak van vermindering die daarvoor bestond niet langer bestaat of is veranderd. Een bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen tot het bedrag van de oorspronkelijke boekwaarde, verminderd met reguliere afschrijvingen. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden niet teruggenomen.

Vreemde valuta

De euro (€) is de functionele valuta van de Groep en is eveneens de valuta waarin de jaarrekening wordt gepresenteerd. Transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de datum waarop deze transacties plaatsvinden. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen op balansdatum worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op balansdatum. Valutakoersverschillen die optreden bij de omrekening worden verwerkt in het resultaat.

Indien de functionele valuta van buitenlandse dochterondernemingen, joint operations, joint ventures of geassocieerde deelnemingen afwijkt van de euro, worden de koersverschillen als gevolg van omrekening verantwoord onder translatieverschillen in het eigen vermogen. Het cumulatieve translatieverschil wordt ten gunste, respectievelijk ten laste van het resultaat gebracht bij eventuele verkoop van een buitenlandse dochteronderneming, joint operation, joint venture of geassocieerde deelneming. Translatieverschillen van monetaire items die onderdeel uitmaken of uitmaakten van de netto-investering in voornoemde buitenlandse activiteiten worden tevens gecumuleerd in de translatiereserve en bij verkoop van de buitenlandse activiteiten naar het resultaat gebracht.

Saldering

Vorderingen en verplichtingen worden per tegenpartij gesaldeerd indien sprake is van een contractueel recht tot salderen en tevens sprake is van intentie tot het gesaldeerd afwikkelen. Indien de intentie of daadwerkelijke gesaldeerde afwikkeling ontbreekt, wordt per contract bepaald of sprake is van een actief of een verplichting.

Opbrengsten

Opbrengsten, onder aftrek van kortingen, worden verantwoord wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen aan de Groep toekomen en de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Bedragen die worden gefactureerd en geïncasseerd voor eigen risico (indien Eneco als principaal optreedt), worden als opbrengst verantwoord. Bedragen die worden gefactureerd en geïncasseerd voor derden (wanneer Eneco agent is) worden niet als opbrengst verantwoord.

Energielevering

Opbrengsten uit de verkoop van energie aan eindverbruikers worden opgenomen op het moment van levering aan de klant, wanneer de verkoopprijs is overeengekomen en de ontvangst van de verkoopopbrengst waarschijnlijk (‘probable’) is. Bij levering worden de voordelen van het eigendom en het risico van een eventuele waardevermindering overgedragen aan de afnemer.

De afrekening van verkopen aan grootverbruikers vindt maandelijks op basis van meterstanden plaats. Voor verkopen aan kleinverbruikers is de afrekening gebaseerd op meteropnames gespreid over het hele jaar. De omvang van de energielevering gedurende de verslagperiode aan kleinverbruikers en de opbrengstwaarden daarvan worden daarom deels geschat op basis van historische verbruikgegevens, standaardklantprofielen, weersomstandigheden en van toepassing zijnde energietarieven.

Energie gerelateerde activiteiten

De opbrengsten uit de aanleg, onderhoud en verhuur van energie-installaties en verbruikstoestellen alsmede uit de verkoop van zonnepanelen en abonnementen op slimme thermostaten zijn opgenomen als opbrengsten uit energie gerelateerde activiteiten.

Diensten en projecten in opdracht van derden

Zodra opbrengsten voldoende zeker zijn, worden deze in het resultaat verwerkt volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties (percentage of completion). De mate waarin prestaties zijn verricht wordt bepaald op basis van de verhouding tussen de geboekte kosten en de totaal verwachte kosten dan wel aan de hand van beoordeling van verrichte werkzaamheden.

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer een redelijke zekerheid bestaat dat aan de voorwaarden voor verkrijging is of wordt voldaan en dat de subsidies zijn of worden ontvangen. Exploitatiesubsidies ter compensatie voor kosten worden als opbrengsten verantwoord in de periode waarin die kosten worden gemaakt.

Inkoopkosten energie

De inkoop van energie bestaat uit direct toewijsbare kosten aan de verkoop van energie aan eindverbruikers. De inkoopkosten van energiecontracten en -commodities die zijn aangegaan met als doel het daadwerkelijk verkrijgen van energie ('own use'), worden in dezelfde periode verantwoord als de periode waarin de opbrengst van de verkoop wordt gerealiseerd.

Financiële baten en lasten

De financiële baten en lasten omvatten de rentebaten van belegde en uitstaande middelen, dividendopbrengsten van overige kapitaalbelangen, rentelasten van opgenomen gelden, valutakoersresultaten en winsten en verliezen op financiële afdekkingsinstrumenten die in het resultaat worden verwerkt. Rentebaten en -lasten worden opgenomen volgens de effectieve rentemethode. Dividendopbrengsten van overige kapitaalbelangen worden verantwoord zodra deze opeisbaar zijn.

Belastingen op het resultaat

Belastingen op het resultaat omvatten de actuele belastingen en de mutaties in de uitgestelde belastingen. Deze bedragen worden ten laste van het resultaat gebracht, tenzij het posten betreffen die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen.

De actuele belastingen betreffen de bedragen die waarschijnlijk verschuldigd en verrekenbaar zijn over het fiscale resultaat van het verslagjaar. Deze zijn berekend op basis van de geldende belastingwetgeving en -tarieven.

Belastingen op het resultaat omvatten alle belastingen die zijn gebaseerd op fiscale winsten en verliezen, inclusief belastingen die door dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen of joint ventures zijn verschuldigd op uitkeringen aan de Groep.

Additionele belastingen op het resultaat voor dividenduitkeringen worden gelijktijdig verwerkt met de verplichting om het betreffende dividend uit te keren.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met alle rechtstreeks toerekenbare kosten. De kostprijs van activa die in eigen beheer worden vervaardigd bestaat uit kosten van materiaal en diensten, kosten van directe manuren en overige direct toerekenbare kosten. Kostenbijdragen van derden en overheidssubsidies worden op de kostprijs in mindering gebracht, voor zover dit geen bijdragen van afnemers betreffen. Mits daarvoor een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting bestaat wordt in de kostprijs een contant gemaakte schatting opgenomen van het bedrag dat naar verwachting bij het einde van het gebruik van het actief nodig is voor ontmanteling, sloop, verwijdering en herstel tot de oorspronkelijke staat van de locatie waar het actief is gesitueerd. Financieringskosten (bouwrente) die direct toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden in de kostprijs opgenomen. Als een actief uit meerdere significante componenten met onderscheiden gebruiksduren bestaat, worden deze componenten afzonderlijk opgenomen.

Netwerken en netwerkgerelateerde activa in het gereguleerde domein

In 2016 heeft de Groep de netwerken en netwerkgerelateerde activa afgestoten ten behoeve van de splitsing van destijds Eneco Holding N.V. (thans Stedin Holding N.V.) per 31 januari 2017.

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer een redelijke zekerheid bestaat dat aan de voorwaarden voor verkrijging is of wordt voldaan en dat de subsidies zijn of worden ontvangen. Investeringssubsidies ter compensatie van de kosten van een actief worden op de kostprijs van dat actief in mindering gebracht en vervolgens gedurende de gebruiksduur van dat actief meegenomen in de berekening van de afschrijvingen.

Uitgaven na eerste opname

Latere uitgaven worden alleen aan de boekwaarde van een actief toegevoegd indien en voor zover daardoor de toestand van het actief is verbeterd ten opzichte van zijn oorspronkelijk geraamde prestatienorm. Reparatie en onderhoud worden als last genomen in de periode dat de betreffende kosten ontstaan.

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden ten laste van het resultaat gebracht volgens de lineaire methode op basis van de geschatte gebruiksduur, rekening houdend met de geschatte restwaarde. De gebruiksduur en restwaarde worden jaarlijks beoordeeld, eventuele aanpassingen worden prospectief verwerkt. Op grond, terreinen en activa in aanbouw wordt niet afgeschreven.

De volgende gebruiksduren worden toegepast:

Categorie

Gebruiksduur in jaren

Bedrijfsgebouwen

25 - 50

Machines en installaties

10 - 50

Overige bedrijfsmiddelen

3 - 25

Leases (de Groep als lessee)

Lease-overeenkomsten waarbij de Groep als lessee feitelijk alle voordelen en risico’s van eigendom heeft, worden aangemerkt als financiële lease. Indien dit niet het geval is, worden deze overeenkomsten opgenomen en verwerkt als operationele lease.

Materiële vaste activa, die middels financiële lease zijn verworven worden bij aanvang van de lease opgenomen tegen de reële waarde van het geleasede actief, of indien lager, de contante waarde van de leasebetalingen. De desbetreffende activa worden daarna verantwoord volgens de grondslagen voor materiële vaste activa. De leasebetalingen worden gesplitst in een rentecomponent en een aflossingscomponent. De rentecomponent is gebaseerd op de constante periodieke rente over de boekwaarde van de investering. De rentecomponent wordt in de desbetreffende periode ten laste gebracht van het resultaat en de aflossing wordt in mindering gebracht op de leaseverplichting.

Betalingen uit hoofde van operationele leases worden lineair over de leaseperiode als last in het resultaat verwerkt.

Goodwill

De overnameprijs van een dochteronderneming, joint operation, joint venture of geassocieerde deelneming is gelijk aan het bedrag dat voor de verwerving van het kapitaalbelang is betaald. Wanneer deze overnameprijs hoger is dan het aandeel in de reële waarde op verwervingsdatum van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, wordt het meerdere verantwoord als goodwill. Een eventueel negatief verschil wordt verwerkt als bate ten gunste van het resultaat (badwill).

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met bijzondere waardeverminderingen (impairments). Goodwill wordt toegerekend aan één of meerdere kasstroomgenererende eenheden. Jaarlijks wordt getoetst of goodwill een bijzondere waardevermindering moet ondergaan.

Betaalde goodwill bij de overname van dochterondernemingen en joint operations wordt in de balans opgenomen onder de immateriële vaste activa. Goodwill die is betaald voor het verkrijgen van een joint venture of geassocieerde deelneming is opgenomen in de verkrijgingsprijs.

Overige immateriële vaste activa

Overige immateriële vaste activa betreffen klantenbestanden verworven bij overnames, software en licenties, concessies, vergunningen, merknamen, overige rechten en ontwikkelingskosten. De kosten hiervan worden geactiveerd indien waarschijnlijk is dat deze activa economisch voordeel zullen brengen en de kosten betrouwbaar kunnen worden bepaald. Overige immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen.

Klantenbestanden

Een klantenbestand dat is verkregen van een overgenomen partij wordt bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Deze waarde wordt op de overnamedatum bepaald op basis van de meest recente soortgelijke transacties mits de economische omstandigheden vergelijkbaar zijn, anders wordt de reële waarde bepaald door discontering van geschatte toekomstige netto- kasstromen van dit actief.

Software

Software wordt geactiveerd tegen kostprijs. Zowel voor standaardsoftware als maatwerksoftware bestaat de kostprijs uit de eenmalige kosten van licenties, verhoogd met de kosten om de software gebruiksklaar te maken. Alle toerekenbare kosten van softwareproducten, die kwalificeren als immaterieel vast actief, worden tegen kostprijs opgenomen. Kosten van onderhoud van software worden als last verwerkt in de periode waarin deze ontstaan.

Merknamen

Als de Groep besluit in het kader van een bedrijfscombinatie om de merknaam van die overgenomen partij in stand te houden om commerciële redenen, wordt deze bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Deze waarde wordt op de overnamedatum bepaald op basis van de ‘relief from royalty method’.

Ontwikkelingskosten

Ontwikkelingskosten zijn gericht op de toepassing van kennis verkregen door eigen onderzoek of door derden, voor een plan of ontwerp voor de productie of toepassing van verbeterde materialen, producten, processen, systemen of diensten, voorafgaand aan het begin van commerciële productie of gebruik. Ontwikkelingskosten worden alleen geactiveerd indien deze kunnen worden aangemerkt als immaterieel vast actief, anders worden deze kosten als last genomen in de periode waarin deze zijn ontstaan. Onderzoekskosten zijn gericht op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten. Deze kosten worden in het resultaat genomen in de periode waarin deze ontstaan.

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden ten laste van het resultaat gebracht op basis van de geschatte gebruiksduur en vanaf het moment dat het betreffende actief beschikbaar is voor gebruik. Overige immateriële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode. De restwaarde van deze activa is nihil.

De volgende gebruiksduren worden toegepast:

Categorie

Gebruiksduur in jaren

Klantenbestanden

6 - 20

Licenties

3 - 30

Software

3 - 5

Merknamen

20

Concessies, vergunningen en rechten

3 - 30

Ontwikkelingskosten

5 - 15

Emissierechten

Emissierechten worden bij eerste opname onderscheiden naar rechten bestemd voor eigen gebruik ('own use') en rechten bestemd voor handelsdoeleinden.

Emissierechten die worden aangehouden om periodiek aan de overheid te kunnen leveren voor de werkelijke CO2-uitstoot (eigen gebruik) worden opgenomen als immaterieel actief en gewaardeerd tegen kostprijs. Rechten met een vlottend karakter worden gepresenteerd als immateriële activa. Voor deze leveringsverplichting wordt een voorziening aangehouden die eveneens wordt gewaardeerd tegen kostprijs. Ingeval van een verwacht leveringstekort wordt deze voorziening ten laste van het resultaat verhoogd met de laagste van de marktwaarde van dat tekort en de boete die voor dat tekort naar verwachting verschuldigd zal zijn.

Emissierechten die worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden verwerkt als afgeleid financieel instrument. De winst of het verlies van de herwaardering naar reële waarde van deze rechten wordt direct in het resultaat verwerkt als overige opbrengsten.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden berekend volgens de balansmethode toegepast op de relevante verschillen die bestaan tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van activa en verplichtingen. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingtarieven die naar verwachting van kracht zullen zijn wanneer de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld uitgaande van de geldende belastingwetgeving en -tarieven. Uitgestelde belastingen worden opgenomen tegen nominale waarde.

Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare tijdelijke verschillen, de voorwaartse compensatie van fiscale verliezen en de verrekening van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden indien en voor zover het waarschijnlijk is dat toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee de niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden verrekend.

Uitgestelde belastingvorderingen voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, joint operations en belangen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures worden alleen opgenomen als het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst zal worden afgewikkeld en dat toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee het tijdelijke verschil kan worden verrekend.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden opgenomen voor alle belastbare tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, joint operations en belangen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures, behalve als de Groep het moment kan bepalen waarop het tijdelijke verschil wordt afgewikkeld en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil niet in de nabije toekomst zal worden afgewikkeld.

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden met elkaar gesaldeerd als een juridisch afdwingbaar recht op verrekening van de belastingvorderingen en -verplichtingen bestaat en de uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen verband houden met belastingen die door dezelfde belastingautoriteit op dezelfde fiscale eenheid worden geheven.

Afgeleide financiële instrumenten

Bij de operationele en financieringsactiviteiten worden risico’s gelopen door ontwikkelingen in marktprijzen van energiecommodities (elektriciteit, gas, olie e.d.), vreemde valuta, rentestanden en emissierechten. Om deze risico’s te beheersen wordt gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten zoals financiële optie-, termijn- en swapcontracten. Voor commoditycontracten wordt bij het aangaan van de transactie vastgesteld of het instrument bestemd is voor eigen gebruik ('own use') of risicoafdekking (hedging). Afgeleide financiële instrumenten, niet zijnde commoditycontracten, worden in principe alleen aangegaan voor risicoafdekking.

Waardering en verwerking

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde van afgeleide financiële instrumenten is gebaseerd op genoteerde biedprijzen voor gehouden activa of uit te geven verplichtingen en actuele laatprijzen voor te verwerven activa of gehouden verplichtingen (mark-to-market). Voor energiecommoditycontracten geldt dat de waardering van afgeleide financiële instrumenten is gebaseerd op middenkoersen.

Afgeleide financiële instrumenten met een positieve waarde worden opgenomen als kort- (afwikkeling binnen een jaar) of langlopende activa (afwikkeling na een jaar). Instrumenten met een negatieve waarde worden opgenomen onder de kort- of langlopende verplichtingen. Activa en verplichtingen worden per tegenpartij gesaldeerd indien sprake is van een contractueel recht tot salderen en tevens de intentie bestaat om de contracten netto af te wikkelen.

Mutaties in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten worden direct in het resultaat verwerkt, tenzij de afgeleide financiële instrumenten bestemd zijn voor eigen gebruik of worden gebruikt als risicoafdekking.

Eigen gebruik

Contracten worden aangemerkt voor eigen gebruik als deze worden afgewikkeld door middel van fysieke levering of ontvangst van energiecommodities of emissierechten in overeenstemming met de behoefte van de vennootschap. De transacties op basis van deze contracten worden in het resultaat verantwoord in de periode waarin de levering of ontvangst plaatsvindt (accrual accounting).

Risicoafdekking (hedge accounting)

Contracten worden aangemerkt als afdekkingsinstrument als daarmee het risico op schommelingen in (toekomstige) kasstromen die het resultaat kunnen beïnvloeden wordt afgedekt. Indien de afdekking is toe te wijzen aan een specifiek risico of aan de volledige mutatie van de transactie (energiecontracten) verbonden met een actief, een verplichting of een zeer waarschijnlijke toekomstige transactie, kunnen de daaraan toegewezen afgeleide financiële instrumenten worden verwerkt als afdekkingsinstrument.

Als wordt voldaan aan de voorwaarden van hedge accounting wordt het effectieve gedeelte van mutaties in de reële waarde van de desbetreffende afgeleide financiële instrumenten rechtstreeks via de reserve kasstroomafdekkingen in het eigen vermogen verwerkt. Het niet-effectieve gedeelte wordt direct verwerkt in het resultaat.

In het eigen vermogen verwerkte bedragen worden ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht op het moment dat het afgedekte actief of verplichting wordt afgewikkeld. Wanneer een afdekkingsinstrument afloopt, wordt verkocht, beëindigd, uitgeoefend, wanneer niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor deze wijze van administratieve verwerking (hedge accounting), terwijl de onderliggende toekomstige transactie nog steeds moet plaatsvinden, blijft het cumulatief resultaat in het eigen vermogen (in de reserve kasstroom afdekkingen) totdat de verwachte toekomstige transactie uiteindelijk plaatsvindt. Als de verwachte toekomstige transactie niet langer waarschijnlijk is, wordt het cumulatieve resultaat direct overgebracht van het eigen vermogen naar het resultaat.

Om translatieverschillen op buitenlandse, niet-euro activiteiten te mitigeren wordt ‘net investment hedge accounting’ toegepast. Door toepassing van deze wijze van hedge accounting worden zowel de koersverschillen als gevolg van omrekening van de buitenlandse entiteiten als de koersverschillen van de daaraan toegewezen financiële instrumenten (bijvoorbeeld leningen) ten gunste of ten laste van de reserve translatieverschillen gebracht (rekening houdend met uitgestelde belastingen) tot het einde van de hedge- relatie of eventuele eerdere beëindiging.

Overige financiële vaste activa

De overige financiële vaste activa bestaan voornamelijk uit langlopende vorderingen met een looptijd langer dan een jaar zoals leningen, vorderingen en vooruitbetalingen aan geassocieerde deelnemingen, joint ventures of externe partijen. De langlopende vorderingen, leningen en vooruitbetalingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode.

Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop

De activa (en verplichtingen van een activagroep) aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop zodra de boekwaarde niet wordt gerealiseerd door voortgezet gebruik maar door verkoop. Deze classificatie vindt alleen plaats als de verkoop van de activagroep of bedrijfsactiviteiten zeer waarschijnlijk is, deze in hun huidige toestand onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop en de verkoop naar verwachting binnen een jaar zal zijn afgerond. Indien af te stoten activiteiten classificeren als beëindigde bedrijfsactiviteiten (zoals belangrijke bedrijfsonderdelen) worden de resultaten hiervan, inclusief de vergelijkende cijfers in de winst- en verliesrekening gepresenteerd op de regel beëindigde bedrijfsactiviteiten. Voor zover noodzakelijk worden eliminaties ten behoeve van de consolidatie uitgevoerd.

Activa(-groep) aangehouden voor verkoop zijn gewaardeerd op boekwaarde voorafgaand aan classificatie als aangehouden voor verkoop of lagere reële waarde verminderd met verkoopkosten.

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs, volgens de methode van het gewogen gemiddelde of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs is de verkrijgingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten om de voorraden op hun huidige locatie en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van normale bedrijfsvoering, verminderd met verwachte verkoopkosten. Waardeverminderingen op voorraden worden ten laste van het resultaat geboekt als de opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde.

Handelsdebiteuren en overige vorderingen

Handelsdebiteuren en overige vorderingen zijn vorderingen met een looptijd korter dan een jaar. Deze vorderingen omvatten ook de bedragen die op de balansdatum per saldo nog moeten worden gefactureerd voor geleverde energie- of transportdiensten. Vorderingen worden opgenomen tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een bijzondere waardevermindering. Vorderingen met een looptijd korter dan een jaar worden niet verdisconteerd bij eerste opname. Vanwege het kortlopende karakter van de posten handelsdebiteuren en overige vorderingen is de boekwaarde per balansdatum gelijk aan de reële waarde.

Liquide middelen

De liquide middelen omvatten de kas- en banksaldi en deposito’s met een looptijd van maximaal drie maanden.

Personeelsvoorzieningen

Toegezegde-bijdrageregelingen pensioenen

De pensioenverplichtingen van bijna alle Nederlandse bedrijfsonderdelen zijn ondergebracht bij de bedrijfstakpensioenfondsen: Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) en de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). Voor de medewerkers in Duitsland geldt een staatspensioenregeling, de bijdrage daarvoor wordt via de sociale lasten ingehouden op het salaris van de werknemers. Voor een beperkt aantal medewerkers zijn individuele verzekerde regelingen van toepassing bij verschillende verzekeringsmaatschappijen.

In geval van toekomstige tekorten kunnen pensioenpremies alleen prospectief en binnen een beperkte bandbreedte door de pensioenfondsen worden bijgesteld. Op basis van IFRS classificeren de betreffende pensioenregelingen bij het ABP en PMT als toegezegde-bijdrageregelingen van meerdere werkgevers. Een toegezegde-bijdrageregeling is een regeling waarbij een vaste premie wordt betaald ten gunste van een werknemer zonder enige resterende aanspraak van of verplichting jegens die werknemer. Verplichtingen ten aanzien van bijdragen aan pensioen- en daaraan gerelateerde regelingen op basis van beschikbare premies, worden als last in de winst- en verliesrekening verwerkt in de periode waarop deze betrekking hebben.

De hoogte van het pensioen in Nederland is afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Medewerkers hebben de keuze om onder aanpassing van de hoogte van het pensioen eerder of later dan de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen te gaan. Dat laatste kan alleen met instemming van de Groep. Bij het ABP kunnen medewerkers met pensioen tussen 60 jaar en AOW- gerechtigde leeftijd +5 jaar. Bij PMT ligt dit tussen 5 jaar voor en 5 jaar na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Toegezegd-pensioenregelingen

Toegezegd-pensioenregelingen zijn verplichtingen om toekomstige pensioenaanspraken uit te keren. Deze toegezegd-pensioenaanspraken zijn afhankelijk van leeftijd, dienstjaren en salaris. De verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen worden voor iedere regeling afzonderlijk actuarieel berekend. Dit geldt vooral voor de pensioenregelingen in België, die inhoudelijk kwalificeren als toegezegd-pensioenregelingen doordat de werkgever een bepaalde rendementsgarantie heeft afgegeven.

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen zijn gebaseerd op de actuariële contante waarde van de betreffende verplichting bepaald aan de hand van de 'projected unit credit'-methode. Deze methode berust op een lineaire opbouw van rechten op basis van geprojecteerde salarissen en houdt onder meer rekening met toekomstige salarisstijgingen en de inflatie. De (netto) verplichtingen zijn bepaald als het saldo van de actuarieel berekende contante waarde van de verplichtingen en de reële waarde van de fondsbeleggingen volgens de actuariële rapporten. De servicekosten en netto interest zijn begrepen in de personeelskosten. Winsten en verliezen op de afwikkeling van een toegezegd-pensioenregeling worden genomen en in het resultaat verantwoord op het moment dat de afwikkeling plaatsvindt. Actuariële winsten en verliezen inzake de herwaardering van een (netto) pensioenverplichting worden in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten verwerkt.

(Overige) personeelsvoorzieningen

Er wordt een voorziening opgenomen voor de verplichting om bedragen uit te keren bij dienstjubilea en pensionering van medewerkers. Verder wordt een voorziening opgenomen voor de verplichting bij te dragen in de ziektekostenpremie van gepensioneerde medewerkers, voor loondoorbetaling bij ziekte en het werkgeversrisico inzake de Werkloosheidswet. Deze verplichtingen worden per rapportagedatum, voor zover van toepassing, actuarieel berekend volgens de vergoeding/dienstjaren- methode ('projected unit credit'-methode) met een disconteringsvoet voor belasting waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt.

Overige voorzieningen

Een voorziening wordt opgenomen als een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip bestaat door een gebeurtenis in het verleden en waarvan het waarschijnlijk is, dat de afwikkeling zal leiden tot een uitstroom van middelen.

Voorzieningen die binnen een jaar na balansdatum worden afgewikkeld of van beperkt materieel belang zijn worden opgenomen tegen nominale waarde. Overige voorzieningen worden opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitgaven. Bij de bepaling van deze uitgaven wordt rekening gehouden met de specifieke risico’s ten aanzien van de betreffende verplichting. De contante waarde wordt berekend met een disconteringsvoet voor belasting waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt. Voor de bepaling van de verwachte uitgaven wordt uitgegaan van gedetailleerde plannen om daarmee onzekerheden over de omvang te beperken.

Amoveringsvoorziening

Voor materiële vaste activa waarvoor een verplichting bestaat om bij het einde van het gebruik de activa te ontmantelen, te slopen en te verwijderen wordt een voorziening opgenomen ter hoogte van de contante waarde van de kosten die daaraan naar verwachting zijn verbonden. De eerste opname van een amoveringsvoorziening voor een actief wordt verwerkt in de kostprijs van het betreffende actief. Als bij latere beoordeling blijkt dat de contante waarde van de geschatte kosten voor amovering en herstel aanzienlijk afwijkt van de opgebouwde voorziening, dan wordt het verschil als dotatie of vrijval verrekend met de kostprijs van het betreffende materieel vast actief. De aangepaste kostprijs wordt verder afgeschreven over de resterende gebruiksduur van dat actief. De amoveringsvoorziening wordt periodiek opgerent. De disconteringsvoet waartegen de voorziening contant gemaakt wordt, houdt rekening met de actuele marktrente en het specifieke risicoprofiel van de verplichting. Dit betekent dat indien de actuele marktrente wijzigt gedurende of aan het einde van het boekjaar, de voorziening herrekend dient te worden op basis van de gewijzigde rentevoeten.

Verlieslatende contracten

Voor verlieslatende contracten wordt een voorziening gevormd indien het waarschijnlijk is dat de onvermijdelijke kosten van het nakomen van de verplichtingen hoger zijn dan de economische voordelen van die contracten.

Reorganisatie

Een reorganisatievoorziening wordt opgenomen als een gedetailleerd formeel plan is opgesteld en goedgekeurd waarbij tevens de belangrijkste kenmerken van dat plan aan de direct betrokkenen zijn meegedeeld en de geldige verwachting is gewekt dat de reorganisatie zal worden doorgevoerd. In een reorganisatievoorziening zijn slechts die kosten opgenomen die direct met de reorganisatie te maken hebben, dus die als gevolg van de reorganisatie noodzakelijk zijn en die niet in verband staan met de doorlopende activiteiten.

Rentedragende schulden

Rentedragende schulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct aan deze schulden toewijsbaar zijn, worden hieraan toegevoegd. Na eerste opname worden rentedragende schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode.

Leases (de Groep als lessor)

Lease-overeenkomsten waarbij de Groep als lessor feitelijk alle voordelen en risico’s van eigendom heeft, worden aangemerkt als operationele lease. Indien dit niet het geval is worden deze overeenkomsten gezien als financiële lease.

Materiële vaste activa die op basis van een operationele lease-overeenkomst aan derden ter beschikking worden gesteld, worden opgenomen en verwerkt volgens de grondslagen voor materiële vaste activa. De leasebaten worden lineair over de leaseperiode in de winst- en verliesrekening verwerkt, tenzij een andere toerekening meer in overeenstemming is met het patroon van de, met het leaseobject verkregen, opbrengsten. Eventuele vergoedingen, zoals voor service en reparatie, die opgenomen zijn in de leasetermijnen, worden verwerkt in overeenstemming met de criteria voor het verlenen van diensten.

Materiële vaste activa die op basis van een financiële lease-overeenkomst aan derden ter beschikking worden gesteld, worden als vorderingen opgenomen ter hoogte van de netto-investering in die activa. De leasebetalingen worden op basis van de constante periodieke rente gesplitst in een rentecomponent en een aflossingscomponent. De rentecomponent wordt in de betreffende periode ten gunste van het resultaat gebracht en de aflossing wordt in mindering gebracht op de leasevordering.

Handelscrediteuren en overige schulden

Handelscrediteuren en overige schulden worden tegen reële waarde in de balans opgenomen. Daarna vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs. Verplichtingen met een looptijd korter dan een jaar worden niet verdisconteerd bij eerste opname. Gezien de korte termijn van de posten handelscrediteuren en overige schulden is de boekwaarde per balansdatum gelijk aan de reële waarde.

sVorige paragraaf:
Geconsolideerde jaarrekening 2017
sVolgende paragraaf:
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening