Overige gegevens

Statutaire winstbestemming

Statutaire winstbestemming

Volgens de statuten van de vennootschap staat de behaalde winst ter beschikking van de algemene vergadering van aandeelhouders. Winstuitkeringen kunnen alleen plaatsvinden indien uit de jaarrekening blijkt dat deze geoorloofd zijn. Daarnaast bepalen de statuten dat de algemene vergadering van aandeelhouders kan besluiten tot het doen van tussentijdse uitkeringen. Voor wat betreft de omvang en in dit verband in acht te nemen formaliteiten zijn statutaire en wettelijke bepalingen van toepassing.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Controleverklaring en assurance-rapport van de onafhankelijke accountant

Aan: de aandeelhouders en de Raad van Commissarissen van Eneco Groep N.V. en alle overige belanghebbenden

VERKLARING OVER DE IN HET JAARVERSLAG OPGENOMEN JAARREKENING 2017 EN ASSURANCE-RAPPORT BETREFFENDE IN HET JAARVERSLAG OPGENOMEN STRATEGISCHE KPI’S 2017


Ons oordeel
Betreffende de jaarrekening

Wij hebben de jaarrekening 2017 van Eneco Groep N.V. ( “Eneco” of de “Vennootschap”) te Rotterdam gecontroleerd. De jaarrekening omvat de geconsolideerde en de vennootschappelijke jaarrekening.

Naar ons oordeel:

  • geeft de in dit jaarverslag opgenomen geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Eneco op 31 december 2017 en van het resultaat en de kasstromen over 2017 in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie (“EU-IFRS”) en met Titel 9 Boek 2 BW; en
  • geeft de vennootschappelijke jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Eneco op 31 december 2017 en van het resultaat over 2017 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
Betreffende de strategische KPI’s 2017

Naar ons oordeel:

  • zijn de strategische KPI's op pagina 8 in het Bestuursverslag 2017 (de “KPI’s”) in alle van materieel belang zijnde aspecten een betrouwbare en toereikende weergave van het beleid van Eneco ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en de bedrijfsvoering, de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied gedurende 2017; en
  • is het Bestuursverslag 2017 op pagina 2 - pagina 66 en de bijlagen Bestuursverslag, van pagina 149 - pagina 173 (samen het “Verslag”), in alle van materieel belang zijnde aspecten, opgesteld in overeenstemming met de intern gehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in het hoofdstuk 'Verslaggevingsbeleid' van pagina 157 tot pagina 160 van het Verslag.

In het Verslag is toekomstgerichte informatie opgenomen in de vorm van ambities, strategie, plannen, verwachtingen en ramingen. Inherent aan deze informatie is dat de werkelijke uitkomsten in de toekomst kunnen afwijken en daarom onzeker zijn. Wij geven geen zekerheid bij de veronderstellingen en de haalbaarheid van toekomstgerichte informatie in het Verslag.

Wat hebben we gecontroleerd
Betreffende de jaarrekening.

De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit:

  • de geconsolideerde balans per 31 december 2017;
  • de volgende overzichten over 2017: de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerde mutatieoverzicht groepsvermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht; en
  • de toelichting met een overzicht van de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

De enkelvoudige jaarrekening bestaat uit:

  • de enkelvoudige balans per 31 december 2017;
  • de enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2017; en
  • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.
Betreffende de KPI’s

Wij hebben de KPI’s gecontroleerd. Het Verslag omvat een weergave van het beleid van Eneco ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en de bedrijfsvoering, de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied gedurende 2017.

De basis voor ons oordeel
Betreffende de jaarrekening

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Eneco zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (“ViO”) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (“VGBA”).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Betreffende de KPI’s

Wij hebben onze controle met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3810N ‘Assurance-opdrachten inzake maatschappelijke verslagen’. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de duurzaamheidsinformatie'.

Wij zijn onafhankelijk van Eneco zoals vereist in de ViO en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de VGBA.

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Materialiteit
Betreffende de jaarrekening

Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 20 miljoen. De materialiteit is gebaseerd op een weging van factoren waarvan de belangrijkste zijn:

  • 0,8% van de opbrengst energielevering en energie gerelateerde activiteiten; en
  • 10% van het resultaat voor belastingen.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Wij zijn met de Raad van Commissarissen overeengekomen dat wij aan de Raad van Commissarissen tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 1,0 miljoen rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.

Betreffende de KPI’s

Wij hebben de materialiteit per KPI bepaald. Deze materialiteit per KPI is gebaseerd op 5% van de gerealiseerde waarde in 2017.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Reikwijdte van de groepscontrole

Eneco staat aan het hoofd van een groep van entiteiten (de “Groep”). De financiële informatie van de Groep is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van Eneco.

Onze controle van de Groep heeft zich met name gericht op de significante groepsonderdelen. Wij hebben:

  • bij de groepsonderdelen Consumenten, Zakelijk, Energy Trade, Generation & Storage, Eneco België en LichtBlick een controle uitgevoerd van de financiële verantwoording; en
  • bij andere groepsonderdelen een controle van bepaalde rekeningsaldi, transactiestromen of toelichtingen uitgevoerd.

Wij hebben voor Eneco België gebruik gemaakt van andere accountants binnen het Deloitte-netwerk. Voor LichtBlick hebben wij gebruik gemaakt van accountants van buiten het Deloitte-netwerk.

Door bovengenoemde werkzaamheden bij (groeps)onderdelen, gecombineerd met aanvullende werkzaamheden op groepsniveau, hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de Groep verkregen om een oordeel te geven over de geconsolideerde jaarrekening.

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de Raad van Commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.

Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot deze kernpunten bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van de individuele kernpunten moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over deze kernpunten.

Bedrijfscombinaties

Beschrijving van het kernpunt

De wijze waarop dit kernpunt door ons is gecontroleerd

In 2017 heeft Eneco zeggenschap verkregen over LichtBlick Holding AG (“LichtBlick”) in Duitsland en ENI Gas & Power N.V. en ENI Wind N.V. (samen: “ENI”) in België voor een kostprijs van respectievelijk € 0,4 miljard en € 0,3 miljard.

Toepassing van de overnamemethode voor deze bedrijfscombinaties, op basis waarvan de verworven activa, overgenomen verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen tegen reële waarde zijn opgenomen, resulteerde in de verwerking van goodwill van respectievelijk € 0,2 miljard en € 0,2 miljard.

De waardering van de verworven activa, overgenomen verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen tegen reële waarde, inclusief de resulterende goodwill, is bepaald door het management van Eneco en gebaseerd op een beoordeling van de feiten en omstandigheden op de respectievelijke overnamedata. Deze waardering was een kernpunt in onze controle omdat het waarderingsproces in enige mate complex en subjectief is

Wij controleerden de verwerking van de verkrijging van LichtBlick en ENI. Hierbij analyseerden wij de reële waarde van de meeste geïdentificeerde verworven activa, overgenomen verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen die ten grondslag liggen aan de toerekening van de respectievelijke kostprijzen en resulterende goodwill. Wij betrokken hierbij onze interne waarderingsdeskundigen om de door Eneco gehanteerde waarderingsmethoden (hoofdzakelijk de ‘excess earnings method’ en de ‘relief from royalty method’) te evalueren en verifieerden de belangrijkste veronderstellingen, waaronder de verwachte toekomstige kasstromen, de gehanteerde vermogenskostenvoet (“WACC”), het verwachte verloop in de overgenomen klantenbestanden, de economische levensduren en de ‘royalty rate’ waar van toepassing op basis van historische trends en externe bronnen.

Een belangrijk deel van de respectievelijke kostprijzen resulteerde in de verwerking van goodwill die door het management van Eneco is toegerekend aan respectievelijk de (groep van) kasstroomgenererende eenheden (“KGE’s”) Duitsland en België.

Wij hebben de redelijkheid van de verwerkte goodwill ook overwogen door middel van onze controle van de jaarlijkse test op een duurzame waardevermindering van goodwill.

De toelichtingen over de verkrijging van hiervoor genoemde vennootschappen zijn opgenomen in noot 15 van de jaarrekening.

Bijzondere waardevermindering van (im)materiële vaste activa

Beschrijving van het kernpunt

De wijze waarop dit kernpunt door ons is gecontroleerd

De (im)materiële vaste activa vormen een significant deel van de balans van Eneco. Omstandigheden op de energiemarkten en ontwikkelingen in wet- en regelgeving kunnen ertoe leiden dat (im)materiële vaste activa duurzaam in waarde zijn verminderd. Zowel

  • het onderzoek naar indicaties die wijzen op een mogelijke bijzondere waardevermindering van de KGE’s; als
  • de test op een bijzondere waardevermindering, die Eneco op basis van EU- IFRS, in ieder geval verplicht is uit te voeren voor (groepen van) KGE’s waaraan goodwill is toegewezen, zijn significant voor onze controle gezien de onzekere ontwikkelingen in de elektriciteits- en gasprijzen en omdat het inschattingsproces in enige mate complex en subjectief is en gebaseerd is op veronderstellingen, waaronder de WACC.

De (im)materiële activa bestaan voor een groot deel uit duurzame productiemiddelen en, mede als gevolg van de verkrijging van LichtBlick en ENI, geactiveerde klantenbestanden, merknamen en goodwill.

Wij hebben de segment- en KGE-indeling die Eneco hanteert bij de jaarlijks verplichte test of de goodwill duurzaam in waarde is verminderd (“Impairment Test”) getoetst. Ook toetsten wij het onderzoek van het management naar indicaties die wijzen op een mogelijke bijzondere waardevermindering van (groepen van) KGE's. Tot slot controleerden wij de Impairment Test voor elke groep van KGE’s waaraan goodwill is toegerekend om vast te stellen of de goodwill duurzaam in waarde is verminderd.

Voor onze werkzaamheden hebben wij gebruik gemaakt van onze eigen waarderingsdeskundigen. Wij toetsten de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen gericht op de totstandkoming van de Impairment Test. Verder verifieerden wij de betrouwbaarheid van de informatie waarop de verwachtingen van toekomstige kasstromen zijn gebaseerd alsook de redelijkheid, relevantie en consistentie van de gehanteerde veronderstellingen. Daarbij besteedden wij bijzondere aandacht aan de gehanteerde WACC en de prognose van de kasstromen in het bedrijfswaardemodel. We hebben ook aandacht besteed aan de toelichtingen over de veronderstellingen en de uitkomst van de Impairment Test zoals zijn opgenomen in toelichting 14 ‘Immateriële vaste activa’ van de jaarrekening. Daar wordt onder andere vermeld dat de realiseerbare waarde per (groep van) de KGE’s (bedrijfswaarde) hoger is dan de boekwaarde.

Schattingsonzekerheid bij het bepalen van de energiebalans

Beschrijving van het kernpunt

De wijze waarop dit kernpunt door ons is gecontroleerd

Middels de energiebalans elektriciteit en gas (de “Energiebalans”) worden in- en verkoop met elkaar in overeenstemming gebracht. Bij het opstellen van de Energiebalans spelen de volgende processen een belangrijke rol: allocatie, reconciliatie, brutomargemodellering, aansluitregistratie en schatting van het netverlies. De Energiebalans vormt de basis voor de (volledigheid van de) opbrengst energielevering en de daarmee samenhangende balansposten. De inschatting van de omzet binnen de Energiebalans was een kernpunt in onze controle omdat het inschattingsproces in enige mate complex en subjectief is en gebaseerd is op veronderstellingen, waaronder het verbruik door afnemers van elektriciteit en gas. Wij verwijzen hierbij ook naar toelichting 2.2 ‘Opbrengsten’ en toelichting 3 ‘Opbrengst energielevering en energiegerelateerde activiteiten’ op de geconsolideerde winst en verliesrekening waarin de schatting van de opbrengsten nader uiteengezet is.

Wij hebben de opzet en het bestaan van de interne beheersingsmaatregelen van Eneco met betrekking tot het proces voor het opstellen van de Energiebalans getoetst. Daarnaast stelden wij vast dat de informatie waarop de omzetschatting is gebaseerd betrouwbaar is en dat de gehanteerde veronderstellingen in het model van de Energiebalans redelijk, relevant en consistent zijn toegepast. Wij verifieerden de rekenkundige juistheid van het model van de Energiebalans. Daarbij besteedden wij bijzondere aandacht aan het gehanteerde standaardjaarverbruik en de schatting van de invloed van de weersomstandigheden op het verbruik. Wij verrichtten ook controlewerkzaamheden met betrekking tot nacalculatieresultaten voor oude leveringsjaren en de per jaareinde nog te factureren omzet, waaronder afloopcontrole in 2018.

Betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking

Beschrijving van het kernpunt

De wijze waarop dit kernpunt door ons is gecontroleerd

Voor de betrouwbaarheid en continuïteit van de bedrijfsactiviteiten en de totstandkoming van betrouwbare financiële verslaggeving is Eneco in belangrijke mate afhankelijk van (de onderlinge samenhang tussen) systemen, applicaties en interfaces (de “IT-infrastructuur”). De opzet, het bestaan en de werking van de IT-beheersmaatregelen waarmee de IT-infrastructuur wordt beheerst zijn kritisch voor de voortdurende betrouwbaarheid en continuïteit van de processen van Eneco en daarmee voor de totstandkoming van de jaarrekening. De IT-infrastructuur die de klantprocessen ondersteunt verwerkt bijvoorbeeld grote volumes aan transacties. Aantasting van de integriteit van (klant)data of uitval kunnen ertoe leiden dat de facturatie en de omzetschatting niet juist, volledig en tijdig plaatsvindt en dat herstel daarvan complex en ingrijpend is. De IT-infrastructuur die de handelsactiviteiten van Eneco ondersteunt is vanwege het grote volume, het belang voor de financiële resultaten en de complexiteit ook kritisch. Om deze redenen waren belangrijke aandachtsgebieden bij onze werkzaamheden onder andere change management en informatiebeveiliging.

Wij hebben de betrouwbaarheid en continuïteit van de IT-infrastructuur getoetst, uitsluitend voor zover noodzakelijk binnen de reikwijdte van onze controle van de jaarrekening. Daarbij hebben we gespecialiseerde IT-auditors opgenomen in ons controleteam. Onze werkzaamheden bestonden uit de evaluatie van, voor de controle van de jaarrekening relevante, ontwikkelingen in de IT-infrastructuur en daaropvolgend het testen van de opzet, het bestaan en eventueel de werking van IT beheersingsmaatregelen. In onze management letter aan de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen hebben we tekortkomingen die wij constateerden gerapporteerd en aanbevelingen gedaan, gericht op verdere verbeteringen. Met aanvullende, systeem- en gegevensgerichte werkzaamheden stelden wij vast dat de geconstateerde tekortkomingen geen materiële afwijkingen in de jaarrekening tot gevolg hadden. Verwezen wordt ook naar de alinea 'Operationele risico's', van pagina 55 tot pagina 58 van het Verslag.

VERKLARING OVER DE IN HET JAARVERSLAG OPGENOMEN ANDERE INFORMATIE

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:

  • het Verslag; en
  • de Overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; en
  • alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het Verslag en de Overige gegevens, in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

VERKLARING BETREFFENDE OVERIGE DOOR WET- OF REGELGEVING GESTELDE VEREISTEN
Benoeming

Wij zijn door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd als accountant van Eneco Groep N.V. vanaf de controle van het boekjaar 2017 en zijn sindsdien de externe accountant.

BESCHRIJVING VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN MET BETREKKING TOT DE JAARREKENING
Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen voor de jaarrekening, het Verslag en de KPI’s

De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met EU-IFRS en met Titel 9 Boek 2 BW. Bij het opmaken van de jaarrekening moet de Raad van Bestuur afwegen of Eneco in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemde verslaggevingsstelsels moet de Raad van Bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van Bestuur het voornemen heeft om de Vennootschap te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

De Raad van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de Vennootschap haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De Raad van Bestuur is tevens verantwoordelijk voor het opstellen van het Verslag in overeenstemming met de intern gehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in het hoofdstuk 'Verslaggevingsbeleid' op pagina 157 van het Verslag, inclusief het identificeren van belanghebbenden en het bepalen van materiële onderwerpen. De door de Raad van Bestuur gemaakte keuzes ten aanzien van de reikwijdte van de KPI’s en het verslaggevingsbeleid zijn uiteengezet in het hoofdstuk 'Over dit verslag' op pagina 10 van het Verslag.

In dit kader is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die de Raad van Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening, het Verslag en de KPI’s mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

De Raad van Commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van (financiële) verslaggeving van de Vennootschap.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening, het Verslag en de KPI’s
Betreffende de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
  • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de Vennootschap.
  • Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de Raad van Bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
  • Het vaststellen dat de door de Raad van Bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de Vennootschap haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven.
  • Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen.
  • Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de controle van de Groep. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.

Wij communiceren met de Raad van Commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Wij bevestigen aan de Raad van Commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de Raad van Commissarissen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de Raad van Commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.

Betreffende het Verslag en de KPI’s

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het Verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle met betrekking tot het Verslag verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder Standaard 3810N, “Assurance-opdrachten inzake maatschappelijke verslagen”. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het Verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.

De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het Verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van het Verslag, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de Vennootschap. Een assurance-opdracht tot het verstrekken van redelijke mate van zekerheid omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het Verslag en van de redelijkheid van de door de Raad van Bestuur van de Vennootschap gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het Verslag.

Onze belangrijkste werkzaamheden bestonden uit:

  • Het uitvoeren van een omgevingsanalyse en het verkrijgen van inzicht in de relevante maatschappelijke thema’s en kwesties, relevante wet- en regelgeving en de kenmerken van de Groep.
  • Het evalueren van de aanvaardbaarheid van het verslaggevingsbeleid en de consistente toepassing hiervan, waaronder het evalueren van de uitkomsten van de dialoog met belanghebbenden en de redelijkheid van schattingen gemaakt door het management.
  • Het evalueren van het toepassingsniveau volgens de Sustainability Reporting Guidelines van GRI.
  • Het evalueren van de opzet en implementatie en het testen van de werking van de systemen en processen voor informatieverzameling en -verwerking voor de informatie in het Verslag.
  • Het afnemen van interviews bij het management op groepsniveau verantwoordelijk voor de duurzaamheidsstrategie en -beleid.
  • Het afnemen van interviews bij relevante medewerkers verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie voor het Verslag, het uitvoeren van interne controles op gegevens en de consolidatie van gegevens in het Verslag.
  • Het toetsen van relevante gegevens en van de interne en externe documentatie, op basis van deelwaarnemingen, om de betrouwbaarheid vast te stellen van de informatie in het Verslag.
  • Het analytisch evalueren van data en trends aangeleverd met betrekking tot de KPI’s.

Rotterdam, 16 februari 2018

Deloitte Accountants B.V.


Was getekend,



drs. J.A. de Bruin RA